• A
  • A
  • PVV teleurgesteld over taalbeleid Van Engelshoven

    - Minister Van Engelshoven vindt dat er goede redenen kunnen zijn voor het gebruik van Engels in het hoger onderwijs. Martin Bosma (PVV) is teleurgesteld in dit antwoord en hoopt dat de minister nog bijdraait en dat de liefde bij haar voor de Nederlandse taal opbloeit.

    In de Kamer werd vergaderd over de cultuurbegroting voor volgend jaar. Hierbij kwam ook ter sprake de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs. Martin Bosma (PVV) greep dit aan, zoals hij ook bij Bussemaker had gedaan om aandacht te vragen voor het opkomende Engels aan universiteiten.

    “We zien de positie van het Nederlands achteruitgaan op de universiteit en dat is een gevaarlijke ontwikkeling”, stelde Bosma “Op de universiteiten wordt er steeds meer in het Engels lesgegeven. Zelfs als je psychologie studeert - en de kans het grootst is dat je gewoon in Nederland aan het werk gaat - dan moeten je colleges toch in het Engels zijn. Kortom, we zien dat het Nederlands achteruit holt.” 

    De PVV’er verwees daarbij ook naar andere talen die in zijn ogen pas serieus werden genomen toen deze een positie hadden verworven op universiteiten. “We zien dat een aantal talen zoals het Hebreeuws en het Vlaams pas echt een taal werden vanaf het moment dat zij gedoceerd werden op universiteiten. Het Nederlands wordt gemarginaliseerd. Als straks universiteiten helemaal Engelstalig zijn dan is de volgende logische stap dat men ook de middelbare scholen in het Engels gaat doen. Voor je het weet ben je de Nederlandse taal kwijt.”

    De kersverse minister Van Engelshoven probeerde Bosma gerust te stellen en verwees naar de afspraken in het regeerakkoord. “Volgens mij hebben wij in het regeerakkoord afgesproken dat als het gaat over het gebruik van de Nederlandse taal in het hoger onderwijs, Engels gebruikt moet worden waar het echt nuttig en nodig is. Maar dat het niet zomaar standaard moet zijn. En dat er ook gekeken moet worden naar de kwaliteit van het taalgebruik. Leest u die passage nog eens na.”

    De D66-minister ontkent echter niet dat er goede redenen kunnen zijn om opleidingen toch in het Engels aan te bieden. “Het is niet zo dat een opleiding zonder daarvoor enige reden te hebben kan zeggen: ‘we gaan het onderwijs hier Engelstalig maken.’ Maar u kunt wel begrijpen dat als er sprake is van veel internationale studenten, waarbij op veel opleidingen sprake is van een internationale arbeidsmarkt, dat er dan hele goede redenen zijn om dat wel te doen.”

    Bosma was teleurgesteld in dit antwoord en verwees onder andere naar haar politieke voorganger, de dichter en neerlandicus Aad Nuis, die staatssecretaris van cultuur was in Paars I. “Ik had toch gehoopt op een meer gepassioneerde verdediging van onze mooie Nederlandse taal, in een mooie D66-traditie van Aad Nuis, Boris Dittrich en Boris van der Ham, allemaal D66’ers die gepassioneerd zijn opgekomen voor de Nederlandse taal.”

    Bosma die ook lid is van de interparlementaire commissie inzake de Nederlandse Taalunie tussen Nederland en Vlaanderen hoopte dat de minister binnenkort in bijzijn van haar Vlaamse ambtgenoot nog zou bijdraaien. “Deze minister zegt: ‘Mwha dat verengelsen dat zal allemaal wel een beetje en als het niet anders kan dan moet het maar.’ Binnen de Nederlandse Taalunie spreken we er gelukkig over op 4 december. Ik hoop dat de komende twee weken de liefde voor de Nederlandse taal bij deze minister een beetje opbloeit.”