• A
  • A
  • Rutte-III houdt vast aan prestatiebekostiging

    - Het hoger onderwijs krijgt er geen geld bij van Rutte-III en moet bezuinigen. Opleidingen die onvoldoende leiden tot baankansen worden gekort. Ook wordt er door het nieuwe kabinet vastgehouden aan prestatiebekostiging middels kwaliteitsafspraken. Wel komt er extra geld voor onderzoek en bètaopleidingen.

    Onder Rutte-III wordt er niet extra geïnvesteerd in het hoger onderwijs. Onderzoek krijgt wel meer geld, in totaal €400 mln op jaarbasis. Dit geld gaat naar toegepast bèta-technisch onderzoek en onderzoek van NWO dat gekoppeld is aan de Nationale Wetenschapsagenda. Er zijn ook bezuinigingen zoals op de doelmatigheid van opleidingen. Dit houdt in dat er op opleidingen wordt bezuinigd waarvan blijkt dat deze opleidingen onvoldoende aansluiten op de arbeidsmarkt. Dit gaat om een bezuiniging van structureel €183 mln. Deze bezuiniging moet de lopende tekorten op de OCW-begroting dichten. Daarnaast wordt er structureel €100 miljoen bezuinigd op de lumpsum van mbo, hbo en wo, blijkt uit de doorrekening van het CPB.

    Waar de afgelopen vier jaar veel over gediscussieerd is zijn nieuwe kwaliteitsafspraken. Op de vorige prestatieafspraken die zijn ingevoerd onder leiding van staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) is veel kritiek geweest. Het wo en hbo wilden beide af van dergelijke prestatiebekostigng, ook bij de verdeling van de middelen die voortkomen uit het studievoorschot. Toch handhaaft het nieuwe kabinet een vorm van prestatieafspraken, ditmaal onder de noemer van kwaliteitsafspraken.

    Instellingen kunnen worden gekort

    De middelen die vrijkomen door het studievoorschot worden gekoppeld aan kwaliteitsafspraken op instellingsniveau. Instellingen krijgen van dit nieuwe kabinet de ruimte om daartoe samen met partners zelf doelstellingen en indicatoren op te stellen. Deze kwaliteitsafspraken moeten wel passen binnen de doelen van de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, deze afspraken worden onafhankelijk getoetst. De nieuwe regering komt ook met een nieuwe strategische agenda hoger onderwijs. Daarmee lijkt Commissie Van de Donk zijn weerslag te krijgen in het toekomstige hoger onderwijsbeleid en blijft ook de korting bestaan als de kwaliteitsafspraken niet worden gehaald.

    De aderlating voor het CDA en de ChristenUnie is dat de basisbeurs niet wordt heringevoerd terwijl beide partijen dit in het programma hadden staan. Toch wil dit kabinet het hoger onderwijs toegankelijker maken door het collegegeld voor studenten te verlagen in het eerste jaar en voor pabo-studenten zelfs voor de eerste twee jaar. Dit brengt een investering met zich mee van €200 miljoen.

    De verlaging van het collegegeld stond in geen enkel verkiezingsprogramma van de Tweede Kamer verkiezingen in maart, behalve in dat van GroenLinks, die partij wilde het collegegeld met een kwart verlagen. Dit is de facto de toekomstige situatie bij de pabo, waar de eerste twee jaar voor de helft van het collegegeld gestudeerd kan worden. Voor de rest van de studenten is dit voor de helft gelukt, zij krijgen meer een jaar 50% korting.

    10-jaars rente

    Het studievoorschot is niet afgeschaft maar lenen wordt wel duurder. De rente op studieleningen wordt niet meer gekoppeld aan de lagere vijfjaars-staatsobligaties die rente is momenteel onder de 0%, maar aan de 10-jaars rente. Op termijn levert de verandering in de rentetermijn een besparing op van €200 miljoen. Dit stond in de verkiezingsprogramma’s van CDA en de ChristenUnie. Zij wilden met deze besparing deels de basisbeurs weer invoeren. Als de rente weer gaat oplopen wanneer de stimuleringen van de centrale banken afnemen dan kan de rente van de studieleningen fors oplopen naar een paar procent. 

    Lees hier de reactie van de studentenbonden “Sigaar uit eigen doos”.

    Al met al kan gesteld worden dat de VVD zonder veel investeringen in het onderwijs op universiteiten en hogescholen een nadrukkelijke stempel heeft gedrukt op de hoger onderwijsparagraaf van dit kabinet. De kwaliteitsafspraken en met nadrukkelijke koppeling van investeringen in R&D met de Wetenschapsagenda en topsectoren. Het CDA heeft op het gebied van hoger onderwijs flink moeten inleveren bij de instandhouding van het leenstelsel.

    De korting op het collegegeld wordt gefinancierd door hogere leenkosten, daarmee heeft het CDA de facto niets binnen gehaald. Wel wordt er strenger gecontroleerd op de handhaving van de wet met betrekking tot het Engels in het hoger onderwijs, een langgekoesterde wens. De ChristenUnie heeft samen met de VVD een lans weten te breken voor extra geld voor het bèta-technische onderzoek en onderwijs in dit nieuwe kabinet. D66 heeft, zo lijkt het althans, een halt weten toe te roepen aan de vergaande selectie aan de poort bij de masters in het hoger onderwijs.

    Meer geld voor onderzoek

    Technische Universiteiten en technische opleidingen bij hogescholen kunnen ook meer aanspraak maken op gelden voor toegepast onderzoek, dit wordt deels bekostigd door het ministerie van EZ dat er structureel €150 miljoen bij krijgt. Deze investeringen van EZ moeten aantoonbaar aan de marktbehoeften tegemoet komen en aan de publiek-private samenwerking bij universiteiten en hogescholen met focus op bèta en techniek. Daarmee is een belangrijke wens van de ChristenUnie en de VVD ingewilligd. Deze partijen willen namelijk al veel langer dat er meer geld wordt geïnvesteerd in het onderzoek aan de TU’s en bèta-technische onderwijs.

    Daarnaast wordt de bekostiging van het hoger onderwijs tegen het licht gehouden, zoals al is aangekondigd door het huidige kabinet. Ook hier kunnen technische universiteiten en het technisch hbo uitkijken naar financiële voordelen. “In deze kabinetsperiode wordt de bekostigingssystematiek voor het hoger onderwijs herzien, met daarbij specifieke aandacht voor technische opleidingen.”

     Lees hier een overzicht van de eerdere voorstellen van OCW om de bekostiging aan te passen.

    Het Groen onderwijs krijgt toch een plek bij OCW, in tegenstelling tot de wens van het CDA. Deze partij was hier altijd fel tegenstander van, Sybrand Buma noemde dit tijdens de verkiezingscampagne nog een ‘gigantisch drama’ voor de Universiteit Wageningen. De taakstelling die met de overheveling van het Groen Onderwijs naar OCW waren gemoeid lijken nu van tafel. De taakstelling van €10 miljoen wordt door dit nieuwe kabinet teruggedraaid.

    Nalatenschap van Sander Dekker

    Meer aandacht voor onderzoek gekoppeld aan de Wetenschapsagenda is een belangrijk punt dat de VVD binnen heeft gehaald. Sander Dekker heeft er in het verleden al op gehamerd dat onderzoek gefinancierd door NWO-voorrang moet krijgen als dit onderzoek past binnen de Wetenschapsagenda. De zin in het regeerakkoord over fundamenteel onderzoek gekoppeld aan de Wetenschapsagenda mag dan ook niet verrassend zijn. Speciale aandacht gaat uit naar technische wetenschappen en onderzoeksgroepen die te maken hebben met hoge kosten NWO geeft prioriteit aan fundamenteel onderzoek in het kader van de Nationale Wetenschapsagenda en de Topsectoren. 

    Verdere internationalisering van het hoger onderwijs staat ook in de agenda van dit kabinet. Duidelijke streefcijfers voor meer internationale studenten, zoals voormalig VVD-Kamerlid Duisenberg nog voorstelde zijn er niet, maar dit kabinet gaat er wel naar streven om het Nederlandse hoger onderwijs aantrekkelijker te maken voor internationale studenten.

    Selectie aan banden

    Coalitiepartner D66 is altijd een tegenstander van selectie geweest en wordt in het regeerakkoord bediend. Paul van Meenen heeft hier altijd fel tegen geageerd in de Kamer. Ook in het verkiezingsprogramma is er gepleit om de neveneffecten van selectie in kaart te brengen. Dit kabinet komt in navolging van de VSNU die dit voorjaar een voorzet deed hiertoe met een taskforce om de nadelige effecten van selectie op toegankelijkheid te bestrijden. De mogelijkheid voor selectie blijft bestaan, maar voor de toegang tot de masterfase wordt er een kader ontwikkeld, met inachtneming van het werk van de taskforce 'toelating master'.

    Hierin worden in ieder geval twee zaken beter verankerd: de methodes voor selectie moeten transparant en eerlijk zijn en de toegankelijkheid van de masterfase moet gewaarborgd zijn. Met als vertrekpunt dat tenminste iedere afgestudeerde bachelorstudent het recht krijgt door te stromen naar minstens één masteropleiding binnen het eigen vakgebied. Dit is voor de VVD een tegenvaller, want die zijn altijd voor selectie geweest. De liberalen zien dit als middel om de kwaliteit van een opleiding te verhogen, zo staat in het verkiezingsprogramma.