• A
  • A
  • Agrarisch hbo verliest rechtszaak om bekostiging

    - Aeres Hogeschool uit Ede, Van Hall Larenstein en de HAS Hogeschool zijn een rechtszaak begonnen tegen het ministerie van Economische Zaken omdat die hen gekort heeft op de rijksbijdragen. Tevergeefs, de rechter geeft de drie agrarische instellingen geen gelijk.

    De drie instellingen zeggen benadeeld te zijn door de dalende studenteninstroom in het hbo, terwijl op de agrarische hogescholen juist sprake is van een toename van de instroom. Op basis van de studenteninstroom wordt de jaarlijkse referentieraming van de verwachte instroom vastgesteld door OCW.

    Zoals al eerder door ScienceGuide is opgetekend is door de daling van de studenteninstroom in het hbo ook de referentieraming naar beneden bijgesteld. EZ gebruikt bij het vaststellen van de rijksbijdragen de referentieraming van OCW, waardoor ook het groen onderwijs gekort wordt.

    Onterechte korting

    Deze korting houdt in dat het hbo ook per student minder krijgt uitgekeerd. In tegenstelling tot universiteiten waar er juist sprake is van een instroomgroei, daarom krijgt men in in het wo vanuit het Rijk ook meer geld per student. OCW doet dit omdat er bij studentengroei de uitgaven van instellingen ook stijgen omdat er meer docenten en meer faciliteiten aangetrokken moeten worden.

    De drie agrarische hogescholen zijn tegen de trend in wel gegroeid de afgelopen jaren. Zij zijn daarom van mening dat zij onterecht gekort worden op de rijksbijdragen. Daarnaast heeft Rutte II bezuinigd op het groen onderwijs door speciale subsidieregeling voor het agrarische onderwijs af te schaffen. De agrarische hogescholen vinden dat deze regeling moet worden gezien als basisbekostiging en er om die reden niet gekort kan worden op de bekostiging. Zij vinden dat ze tenminste gecompenseerd hadden moeten worden voor het afschaffen van dit deel van de rijksbijdragen. 

    Daarnaast dragen de drie hbo-instellingen aan dat de rijksbijdragen van de rest van het hbo verschillen met de groene hogescholen. De hogescholen beklagen zich er dan ook bij de rechter over omdat zij onder het ministerie van EZ vallen er andere budgetten ter beschikking worden gesteld dan voor de rest van het hbo.

    Compensatie geëist 

    De drie hogescholen vinden dat ze niet gelijk behandeld worden en eisen via de rechter dat de bekostiging dusdanig verhoogd wordt dat er weer daadwerkelijk sprake is van gelijke behandeling, in gelijke gevallen. Voor de compensatie voor de korting naar aanleiding van de referentieraming betreft dit een bedrag uiteenlopend van €350.000 tot €520.000 per instelling, maar voor de korting op de onderwijsopslag loopt dat uiteen €2,9 miljoen. tot €4,4 miljoen per instelling. 

    De advocaat van EZ verweert zich bij de rechter met het argument dat instellingen in het loop van het jaar worden geïnformeerd over de hoogte van de rijksbijdragen. Sinds 2011 wordt er geen onderscheid meer gemaakt in de rijksbijdragen tussen hogescholen die onder EZ of OCW vallen en wordt de rijksbijdragen door OCW vastgesteld voor het hele hbo en dat weten de instellingen ook.

    De rechter stelt EZ in het gelijk en is van mening dat de drie hogescholen konden weten dat de onderwijsopslag een subsidieregeling was en zij twee jaar de tijd kregen om zich voor te bereiden op de beëindiging van die toeslag. De rechter vindt dit een redelijke termijn en heeft het beroep ongegrond verklaard.

    U leest de volledige uitspraak hier