• A
  • A
  • Neem lerarenopleiding niet de maat op twee weetjes

    (foto: Denise Krebs)

    (foto: Denise Krebs)

    - Onlangs bleek uit onderzoek van de Open Universiteit dat handboeken voor leraren in opleiding te weinig naar wetenschappelijke bronnen verwijzen. Hoogleraar Didactiek van de natuurwetenschappen Fred Janssen (Universiteit Leiden) stelt dat de lerarenopleidingen onterecht de maat worden genomen.

    U leest het ingezonden artikel van Janssen hieronder

    Informatie leer je beter als je het gespreid leert en het regelmatig zelf weer actief ophaalt uit je geheugen. Goed om te weten, maar waarschijnlijk wist u dit al. De onderwijswetenschappen hebben honderden richtlijnen opgeleverd voor het inrichten van goed onderwijs. Gespreid leren (distributed practice) en het actief ophalen van informatie (retrieval practice) zijn slechts twee weetjes uit het deze enorme kennisbasis. Het zijn dan ook nog weetjes die in het onderwijs al bijna vanzelfsprekend worden gepraktiseerd.

    De meeste docenten zullen leerlingen adviseren tijdig met leren te beginnen zodat ze de leerstof gespreid kunnen leren en niet alles nog op de avond voor de toets erin moeten proberen te stampen. Actief ophalen van informatie wordt uiteraard al heel veel toegepast in de lessen zelf, maar het is ook een strategie die leerlingen zelf al vaak gebruiken bij het zelfstandig leren van informatie. Van de honderden richtlijnen die de onderwijswetenschappen te bieden hebben selecteren de onderzoekers van de Open Universiteit nu net deze twee weetjes om de lerarenopleidingen de maat te nemen.

    Lees hier over het onderzoek van de Open Universiteit naar de lerarenopleidingen.

    De onderzoekers stelden vast dat  handboeken in de lerarenopleiding nauwelijks verwezen naar deze twee weetjes. Het verslag van hun onderzoek in ScienceGuide krijgt vervolgens de aanmatigende kop mee ‘Lerarenopleidingen vaak niet wetenschappelijk’. Eerder noemde hoogleraar onderwijspsychologie Paul Kirschner het resultaat van vergelijkbaar Amerikaans onderzoek ‘triest en treurig’.  

    Niet elk weetje haalt de selectie

    Ik vind het triest en treurig dat een lijstje met deze twee weetjes is gehanteerd om de lerarenopleidingen de wetenschappelijke maat te nemen. Dat is slecht voor het imago van de docent, de lerarenopleiding en de onderwijswetenschappen. De onderwijswetenschappen hebben veel meer te bieden voor docenten. Lerarenopleidingen moeten uit dit rijke palet selecteren wat echt de moeite waard is voor hun docenten-in-opleiding. Dit vraagt om heldere selectiecriteria. Ik zal aan de hand van een voorbeeld illustreren hoe we hierbij te werk gaan bij de universitaire lerarenopleiding in Leiden (ICLON).  

    Een modern onderwijsprincipe dat we echt de moeite waard vinden om op te nemen in ons curriculum is het hele-taak-eerst principe. Dit betekent dat onderwijs start met de introductie van een uitdagende taak waarvoor leerlingen een groot deel van de leerstof nodig hebben om deze taak succesvol te maken. In een biologieles over de werking van het oor krijgen leerlingen dan als introductie bijvoorbeeld de volgende taak voorgelegd: Vincent van Gogh heeft zijn oorschelp afgesneden. Hoort hij nu beter of slechter? Verklaar je antwoord.

    Leerlingen mogen kort even met elkaar hierover overleggen. Daarna geeft de docent uitleg over de werking van oor. Vervolgens krijgen leerlingen de tijd om de Vincent van Gogh-taak te maken waarbij ze begrippen uit de uitleg van de docent moeten gebruiken. Wij vinden dit inzicht uit de onderwijswetenschappen de moeite waard omdat het integratief, generatief en praktisch bruikbaar is. Ik zal deze drie selectiecriteria hieronder kort toelichten.

    Integratief. Ten eerste willen we docenten-in-opleiding niet opzadelen met lange lijsten losstaande weetjes maar zoeken we naar integratieve inzichten waarmee meerdere  onderwijsrichtlijnen in samenhang kunnen worden gerealiseerd. Onderwijsonderzoek heeft ons inzicht verschaft in een aantal belangrijke leervoorwaarden. Er zijn leervoorwaarden geformuleerd die te maken hebben met gelegenheid tot leren, de wil om te leren, het kunnen leren en de benodigde vertrouwensrelatie. In tabel 1 worden deze leervoorwaarden in de vorm van vragen geformuleerd die een leerling na afloop van het onderwijs positief moet kunnen beantwoorden. Het hele-taak-eerst principe heeft een integratief karakter omdat het bijdraagt aan het realiseren van al deze voorwaarden in onderlinge samenhang. Door de hele taak al aan het begin van het onderwijs te introduceren oefenen leerlingen wat ze moeten kunnen, weten ze beter wat van hen wordt verwacht, ervaren ze eerder de waarde van de leerstof et cetera.  

    TabelJanssen

    Generatief. De gekozen wetenschappelijke inzichten moeten docenten ook stimuleren hun onderwijsrepertoire steeds verder uit te breiden. Het hele-taak-eerst principe ligt ten grondslag aan heel veel verschillende onderwijsaanpakken die een docent zich stap voor stap eigen kan gaan maken. Na de introductie van de hele taak kan gewoon klassikale uitleg volgen. De docent kan echter ook een vergelijkbare taak eerst voordoen. Maar leerlingen kunnen ook meteen begeleid onderzoekend met de taak aan de slag gaan. Ook biedt de hele-taak-eerst structuur veel mogelijkheden voor differentiatie.

    Praktisch bruikbaar. Ten slotte is het van belang dat een wetenschappelijk inzicht ook uitvoerbaar is voor docenten onder reguliere omstandigheden waarbij tijd en middelen altijd beperkt zijn. Het hele-taak-eerst principe kan relatief eenvoudig worden gerealiseerd door de gebruikelijke lesvolgorde om te draaien. In veel boeken zijn aan het eind van de reeks opdrachten namelijk hele taken opgenomen. In plaats van hiermee te eindigen kan de docent een interessante hele taak naar voren halen en het onderwijs hiermee starten.

    De onderwijswetenschappen zijn een rijke bron van inzichten voor de docenten (-in-opleiding). Het is echter onmogelijk en onwenselijk om alles te behandelen in de beperkt beschikbare tijd. Ik heb aan de hand van een voorbeeld laten zien hoe we bij het ICLON moderne inzichten selecteren. Het voorbeeld laat ook zien dat de onderwijswetenschappen en de lerarenopleidingen meer te bieden hebben dan het trieste en treurige lijstje van twee weetjes waarmee de lerarenopleiding de maat zijn genomen.

    Fred Janssen is Hoogleraar Didactiek van de Natuurwetenschappen bij ICLON, het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Onderwijsontwikkeling en Nascholing van de Universiteit Leiden