• A
  • A
  • Opleiden voor nog niet bestaande beroepen

    (Foto: DoN CIO)

    (Foto: DoN CIO)

    - “Men moet weggaan van het idee dat er zoiets zou bestaan als ‘algemeen probleemoplossende vaardigheden’ want die bestaan gewoon niet.” Volgens universiteitshoogleraar Paul Kirschner is de huidige kennisbasis in het onderwijs nog steeds de beste uitgangspositie om op te leiden voor nog niet bestaande banen.

    Dat het merendeel van de basisschoolleerlingen van vandaag later een beroep zal gaan uitoefenen dat nu nog niet bestaat is inmiddels een alom geaccepteerd gegeven. Van de SER tot aan het World Economic Forum weerklinkt de boodschap dat talloze banen zullen worden opgeslokt door automatisering en buigt men zich over de vraag hoe de leerlingen van vandaag zijn op te leiden voor een toekomst die zo onzeker lijkt.

    Paul A. Kirschner (Open Universiteit) besloot deze vraag in een onderzoek dat hij uitvoerde in het kader van een NIAS-fellowship gefinancierd door NSvP::Innovatief in werk voor te leggen aan een groep experts uit Europa en Noord Amerika, om zo tot een redelijk beeld te komen van wat opinieleiders hierover denken en wat ze belangrijk vinden. In een gestructureerde brainstorm via internet genereerden zij ideeën om het onderwijs toekomstbestendiger te maken.

    De basis ligt er al

    De ideeën die voortkwamen uit een groep van 95 professionals werden door 42 van hen gesorteerd op haalbaarheid en belang. Daaruit kwam naar voren dat de respondenten het grootste belang hechten aan ideeën die te maken hadden met metacognitie en reflectie, transfer van vaardigheden en kritisch denken. Qua haalbaarheid scoorden geletterdheid en genummerdheid, informatievaardigheden en leren in authentieke situaties het hoogst.

    De gebruikte methodiek, group concept mapping, is een effectieve efficiënte manier om in korte tijd veel ideeën te genereren en laat de respondenten aan het woord in plaats van de onderzoeker “Dit onderzoek laat zien dat wanneer je mensen op een systematische manier uitvraagt wat er moet gebeuren, er iets heel anders uitkomt dan wat af te leiden valt uit gesprekken op Twitter of bijeenkomsten over de toekomst van het onderwijs,” aldus Kirschner.

    In het verlengde van de resultaten wijst Kirschner er op dat de basis voor het ‘toekomstbestendig leren’ er allang ligt. “De typische 21e-eeuwse vaardigheden, zoals informatievaardigheden, waar veel over gesproken wordt hebben volgens de experts helemaal niet zo’n hoge prioriteit. Wel zijn het zaken die eenvoudig bereikt kunnen worden. Wat wel zeer belangrijk werd gevonden is een degelijke kennis- en vaardigheidsbasis!”

    Onderwijs 2032

    Een van de initiatieven om tot een toekomstbestendig onderwijssysteem te komen is het veelbesproken project onderwijs 2032 waarover Kirschner zich eerder kritisch uitliet. “Mijn grootste kritiek was dat onderwijs 2032 kwam met antwoorden op deze vraag zonder dat er überhaupt een gedegen probleemanalyse was gedaan. Ik wilde dat ik het een slecht onderzoek kon noemen maar dat kan niet want er kwam geen wetenschap aan te pas.”

    Een van de voorstellen van 2032 was om met zogenaamde ‘vakoverstijgende vaardigheden’ te gaan werken zoals kritisch denken. Ook moesten de schotten tussen vakken weggenomen worden. Uit het onderzoek van Kirschner blijkt dat de respondenten hier heel anders over denken. Zij zien het bereiken van een brede kennisbasis, uitgebreid met metacognitieve vaardigheden als een heilzamer uitgangspunt – vanuit de specifieke kennis van een vakgebied.

    Drietrapsprocedure

    Uitgaande van de rangschikking van ideeën en het clusteren van deze voorstellen in hoofdcategorieën komt Kirschner dan ook met het advies om eerst een kennisfundament te leggen, leerlingen vervolgens het gevoel te geven dat ze daar iets mee kunnen, en tot slot deze kennis in te zetten in oefeningen met reflectie en metacognitie. Scholen kunnen zelf het beste inschatten aan welk onderdeel van deze drietrapsprocedure ze toe zijn.

    Volgens Kirschner houdt dit onder andere in dat er in de les een ander soort vraag gesteld moet worden. “Je vraagt dan bij een bepaald inzicht of vaardigheid niet: ‘pas dit toe’, maar: ‘wanneer denk je dat dit niet van toepassing is?” Volgens hem is dit waar anderen de plank misslaan omdat hun aanpak een specifieke context mist. “Het dominante mantra is nu dat we leerlingen ‘algemeen probleemoplossende vaardigheden’ aan zouden kunnen leren, maar daar moeten we van weggaan. Die bestaan gewoonweg niet.”

    Het hele onderzoek is hier te vinden.