• A
  • A
  • KNAW over leraren: een teleurstellend déja vu

    (Foto: US Air Force)

    (Foto: US Air Force)

    - Bij columnist Ad de Graaf heerst de teleurstelling na het lezen van het position paper van de KNAW over het lerarentekort. De Graaf ziet oude voorstellen en voornemens terugkomen, maar mist een echte analyse. “Juist van een eerbiedwaardig orgaan als de KNAW verwacht je meer.”

    ‘De KNAW maakt zich zorgen over het afnemend aandeel academisch geschoolde leraren in het vwo’, zo luidt de eerste zin van het vandaag gepubliceerde position paper. Veel eerstegraders met een universitaire vooropleiding gaan met pensioen terwijl het aantal studenten van de universitaire lerarenopleidingen achterblijft. Weliswaar leiden ook hogescholen op master-niveau eerstegraads leraren op, maar het is volgens de KNAW belangrijk dat docenten in de bovenbouw vwo zelf een academische basis hebben.

    Lees hier het interview met Wim van Saarloos (KNAW) over het position paper.

    Het is een belangrijk signaal dat ook de Akademie zich mengt in de discussie over het lerarentekort en bijvoorbeeld in Trouw hoogleraren oproept afstudeerders aan te moedigen om in het onderwijs te werken. Maar helaas, het position paper is veel ‘déja vu’ en de reikwijdte en diepgang van analyse en advies zijn beperkt. 

    Tekorten bovenbouw vo

    De KNAW richt zich uitsluitend op het dreigende tekort aan academici in bovenbouw vwo. Je kunt zeggen dat dat begrijpelijk is omdat het object van de KNAW de vwo-instroom in de universiteit is. Maar het is toch jammer omdat adviezen sterker worden naar de mate een analyse uitwijst dat een probleem specifiek en/of uitzonderlijk groot is. En daarvoor is volgens mij een bredere beschouwing dienstig.

    Laten we eerst eens kijken naar het aantal leerlingen in havo 4/5 en het aantal leerlingen vwo 4/5/6.  Immers, dat is het werkveld van de eerstegraders. We zien in Onderwijs in Cijfers (OCW) dat havo 4/5 in 2016 119.000 leerlingen heeft en vwo 4/5/6 heeft er 125.500. Volgens de KNAW (tabel 2 van het position paper) is in 2015 het aantal gediplomeerde eerstegraders van hogescholen 569 en van universiteiten 949. Kortom, het dreigende tekort aan eerstegraders beperkt zich niet tot het vwo maar strekt zich uit over de gehele bovenbouw havo/vwo.

    Hoewel de KNAW terecht aandacht vraagt voor het tekort aan universitaire eerstegraders, is het te kort door de bocht uit te gaan van een vwo-bovenbouw met uitsluitend aan de universiteit opgeleide eerstegraders. Er is niets tegen een goede mix van aan de universiteit en aan de hogeschool opgeleide eerstegraders. Integendeel, die mix biedt meerwaarde vanwege de uiteenlopende profielen van beide typen eerstegraders. Hier wreekt zich de beperking van analyse en advies tot uitsluitend de universitaire lerarenopleidingen. 

    Tekorten onderwijsbreed

    Het primair onderwijs kent de grootste problemen met een ‘onvervulde vraag’ naar leraren. Volgens OCW dreigt in 2025 een tekort van 10.537 fte in het po (1.4 miljoen leerlingen) en 1.260 fte in het vo (1.0 miljoen leerlingen). De vacaturedruk in het voortgezet onderwijs is ongeveer gelijk verdeeld over het eerste- en het tweedegraadsgebied. Het gaat dus om ongeveer 630 fte in bovenbouw vo. Als we aannemen dat dat ongeveer gelijk verdeeld is over havo en vwo, dan praten we over een tekort van 315 fte in de bovenbouw vwo en een tekort van 10.537 fte in het po. Dit voor het juiste perspectief.

    Het dreigende tekort aan universitair opgeleide leraren wordt niet minder door te wijzen op nog grotere problemen elders. Het noopt wel tot bescheidenheid in de aanbevelingen die extra investeringen verlangen of die zich niet zouden moeten beperken tot de universitaire lerarenopleidingen.

    De KNAW rangschikt de aanbevelingen onder drie kopjes. Hoe krijgen we meer studenten naar de universitaire lerarenopleiding? Hoe kunnen we de universitaire lerarenopleidingen beter maken? Hoe houden we jonge leraren in het onderwijs? 

    Meer studenten

    Allereerst moet er een beter imago van het lerarenberoep in de academische wereld komen; een attitudeverandering is noodzakelijk waarvoor de KNAW zich zal inzetten. Er moeten meer flexibele opleidingsroutes komen om maatwerk te kunnen leveren, programma’s als ‘Eerst De Klas’en het ‘OnderwijsTraineeship’ moeten in stand worden gehouden. De vakinhoudelijke master en de educatieve master moeten beter geïntegreerd worden en de instroom van studenten uit brede bachelors moet onder voorwaarden mogelijk zijn.

    Stuk voor stuk goede voorstellen, maar ze zijn niet nieuw. Hoe gaat de KNAW zich inzetten voor de noodzakelijk geachte attitudeverandering? Waarom wordt simpelweg gepleit voor het in stand houden van het programma ‘Eerst de Klas’ zonder dat eerst wordt geanalyseerd waarom het aantal deelnemers aan dit programma zo beperkt is? Het is kortom jammer dat niet is geanalyseerd waarom sommige adviezen (die nu opnieuw worden geformuleerd) weinig hebben opgeleverd, hoe dat komt, om vervolgens op grond daarvan beter te kunnen adviseren op welke wijze meer resultaat kan worden geboekt.

    De KNAW wil de subsidies voor zij-instromers persoonlijk maken en niet meer via de school laten lopen. De zij-instromers zouden vanuit de reguliere financiering van universiteiten bekostigd moeten worden en studenten zouden financieel voor hun extra investering moeten worden gecompenseerd. Prima gedachtes, maar ook hier wreekt zich de beperkte scope van het advies. Zijn dit voorstellen die zich uitsluitend uitstrekken tot de universitaire lerarenopleidingen of zouden die ook moeten gelden voor bijvoorbeeld de zij-instromers naar de pabo, het tweedegraadsgebied en/of de eerstegraads lerarenopleidingen van hogescholen? Een retorische vraag wat mij betreft!

    Beter maken

    Onder het kopje ‘hoe kunnen we de universitaire lerarenopleidingen beter maken’ worden eerdere voornemens of aanbevelingen herhaald. Het gaat om samen opleiden met het scholenveld, het hand in hand laten gaan van onderwijs & onderzoek en van theorie & praktijk. Prima, het is  alleen niet nieuw en roept opnieuw de vraag op waarom de KNAW zich niet heeft afgevraagd waarom dit nu nog onvoldoende uit de verf komt?

    De tweede aanbeveling onder dit kopje gaat om het versterken van de positie van de vakdidactiek. Dit kan alleen maar worden toegejuicht.

    Vasthouden

    Hoe houden we jonge leraren in het onderwijs? Helaas weinig nieuws onder de zon (zie bijvoorbeeld de gezamenlijke lerarenagenda van HBO-raad en VSNU van maart 2013). Het gaat om een betere begeleiding van de startfase, het ontwikkelen van doorlopende leerlijnen voor leraren, het verbeteren van de arbeidsmobiliteit en een betere binding met actueel onderzoek. Het is eerder gezegd. En (het wordt vervelend) wederom de vraag waarom niet is onderzocht wat er de afgelopen jaren al is gebeurd, wat knelpunten zijn, wat beter kan, hoe dat dan moet…

    Teleurstelling resteert

    Na lezing van het position paper overheerst teleurstelling. Er is niets tegen een oproep voor meer aandacht voor het opleiden van meer leraren. Maar juist van een eerbiedwaardig orgaan als de KNAW verwacht je meer. Natuurlijk kan ervoor worden gekozen het object te beperken tot de universitaire lerarenopleiding en de bovenbouw vwo, maar dan ontstaat wel een beperkte blik op een veel bredere werkelijkheid.

    En wanneer voor een beperking van het object wordt gekozen, mag je een verdieping van de analyse verwachten, toegespitst op dat welomschreven object. Dan mag je verwachten dat de vraag wordt gesteld hoe het komt dat eerdere aanbevelingen blijkbaar (nog?) niet het gewenste resultaat hebben gehad en wat daaraan gedaan zou kunnen worden. Dat ontbreekt jammer genoeg.

    Resteert het gevoel van déja vu van vooral oude voorstellen en voornemens. 

    Ad de Graaf