• A
  • A
  • AWTI wil structurele steun toepassingsgericht onderzoek

    (foto: Andres Rueda)

    (foto: Andres Rueda)

    - Het stelsel voor toepassingsgericht onderzoek staat onder druk. Dat concludeert de Adviesraad voor Wetenschap Technologie en Innovatie (AWTI). De adviesraad doet vier aanbevelingen voor de omgang met langdurig publiek gefinancierd onderzoek en pleit voor een extra investering van 330 miljoen euro per jaar.

    De AWTI constateert dat Nederland inboet aan vermogen om praktische oplossingen voor economische en maatschappelijke uitdagingen te ontwikkelen. “PKO’s, universiteiten, hogescholen en het bedrijfsleven slagen er te weinig in om voldoende onderzoeks- en innovatiecapaciteit bijeen te brengen binnen langjarige, stabiel gefinancierde organisatorische structuren met voldoende omvang en massa.”

    Lange termijn blik staat onder druk

    Cijfers van het Rathenau Instituut laten zien dat de publieke investeringen voor  toepassingsgericht onderzoek door instituten als Deltares, TNO en MARIN sinds 2010 structureel afnemen. Door het teruglopen van de financiering en een toenemende focus op kortetermijnvraagstukken komt de zoektocht naar oplossingen voor grote maatschappelijke vraagstukken onder druk te staan.

    “Omvangrijke, complexe opgaven, waaronder noodzakelijke transities, zoals op het gebied van duurzame energie, circulaire economie en gezondheidszorg, kunnen niet op toereikende schaal en voldoende langdurig worden opgepakt,” ziet de AWTI. In het advies ‘Onmisbare schakels’ doet de adviesraad daarom aanbevelingen om met name de publieke kennisorganisaties (PKO’s) het best tot hun recht te laten komen.

    PKO’s maken geen deel uit van de kennissector waarin het wo en hbo opereren en die zich ook steeds meer met toepassingsgericht onderzoek bezighouden. De PKO’s combineren onderzoek naar concrete vraagstukken op het gebied van waterhuishouding en infrastructuur met een kennisintensieve dienstverlening aan overheden en maatschappelijke organisaties.

    Geen stelselwijziging

    Volgens de AWTI vragen de huidige maatschappelijke uitdagingen waar Nederland voor staat om een kennisinfrastructuur waarin de PKO’s ook elkaar weten te vinden en over de grenzen van disciplines en thema’s werken aan concrete oplossingen. “Als PKO’s de benodigde competenties niet kunnen leveren en niet in staat zijn intensiever samen te werken, dan kan dit op termijn leiden tot herschikking in het stelsel.”

    Een stelselwijziging is echter niet wat de AWTI voor ogen lijkt te hebben. In plaats daarvan geeft de adviesraad huiswerk mee aan de overheid in de vorm van vier aanbevelingen. Allereerst moet die overheid duidelijk maken wat er verwacht wordt van PKO’s. “Zorg ervoor dat de diverse vakdepartementen de rol van PKO’s op het gebied van beleidsondersteuning, innovatiekracht en maatschappelijke vraagstukken duidelijk articuleren.” Dat betekent dat er op ministeries geïnvesteerd zal moeten worden in inhoudelijke expertise.

    Daarnaast moeten de ministeries duidelijke eisen gaan stellen aan het werk van de PKO’s. “Zorg ervoor dat zij in overleg met belanghebbenden de noodzakelijke keuzes maken ten aanzien van focus, speerpunten en profilering.” Wat de AWTI betreft moet de rijksbijdrage ook conditioneel worden gemaakt op de onderbouwde profilering van de kennisinstituten.

    330 miljoen euro extra voor de kennissector

    Om het toepassingsgericht onderzoek structureel naar een hoger plan te tillen zijn extra investeringen nodig. Niet alleen voor de PKO’s maar voor de hele kennissector. De AWTI pleit voor minimaal 330 miljoen extra per jaar. 150 miljoen euro voor de ontwikkeling van onderzoekscapaciteit in de vorm van kennis en expertiseontwikkeling. 50 miljoen euro voor onderzoeksfaciliteiten voor toepassingsgericht onderzoek in samenhang met faciliteiten voor fundamenteel onderzoek. 130 miljoen voor praktijkgericht onderzoek aan hogescholen en het ontwikkelen van gezamenlijke innovatiecampussen.

    Tot slot adviseert de AWTI nadrukkelijk dat de overheid gaat sturen op positionering en samenwerking door kennisinstituten. “Financier samenwerkingspartners op basis van ingebrachte kerncompetenties in plaats van op hun positie in het stelsel. Zorg dat PKO’s gezamenlijk en met anderen onderzoeksfaciliteiten ontwikkelen, beheren en beschikbaar stellen.”

    Dat betekent dat op de voorgestelde innovatiecampussen door hogescholen, universiteiten én PKO’s gezamenlijk valorisatieactiviteiten georganiseerd gaan worden die inspelen op de kennisbehoeften van maatschappelijke partijen en het bedrijfsleven. Bovendien pleit de AWTI voor het oprichten van missiegedreven onderzoeks- en innovatieconsortia waarin alle kennispartners samenwerken aan grote maatschappelijke vraagstukken als klimaatverandering en energietransitie. Ook hier zal in totaal jaarlijks 200 miljoen euro moeten worden vrijgemaakt, zo rekent de AWTI voor.