• A
  • A
  • Mbo en hbo samen in regionale innovatie

    De presentatie van het boek van Ineke Delies

    De presentatie van het boek van Ineke Delies

    - Er zijn steeds minder dubbellectoraten in Nederland, constateert Ineke Delies die zo’n lectoraat leidt. Bij Stenden Hogeschool en het ROC Alfa College laat zij zien wat dat het mbo en hbo kan opleveren. “Je ziet dat je echt samen werkt aan een duurzame en doorlopende kennisketen.”

    Met vier bussen ging het lectoraat duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie deze week door Groningen en Drenthe. Ineke Delies liet samen met “haar” 30 leden van de kenniskring zien wat er in de Lectoraatsinnovatiewerkplaatsen, in de praktijk gebeurt aan onderzoek, onderwijs en innovatie.

    Ineke Delies heeft een dubbellectoraat bij Stenden Hogeschool en het ROC Alfa College. Het lectoraat kent één opdracht, maar is geworteld in zowel het mbo als het hbo. Voor beide instellingen heeft ze het afgelopen jaar een ecosysteem gecreëerd waarin studenten, docenten en onderzoekers aan de slag zijn gegaan met regionale vraagstukken rond gezondheid, wonen en vrije tijd.

    Zomerschouw

    Een voorbeeld van zo’n innovatiewerkwerkplaats die ze bij het lectoraat van Delies Recoma (Regionaal Co Makership, red) buitenwerkplaatsen noemen is Het Klooster in Hoogeveen. “Vroeger was dat echt een leerplaats en klooster, maar dat is niet meer. Onlangs is het opgekocht door één van onze partners. Nu is het een thuiszorg– en kenniscentrum, wordt er onderzoek gedaan en zijn er meerdere andere sectoren gevestigd, zoals horeca en techniek. Allemaal vormgegeven vanuit het bedrijfsleven in samenwerking met kenniskringleden van het dubbellectoraat en docenten en studenten van  Stenden hogeschool en ROC Alfa College.”

    In totaal reed de bus tijdens de zogeheten ‘Zomerschouw’ langs zo’n zestien Recomabuitenwerkplaatsen met hun projecten bezocht, onder meer in Hardenberg, Emmen, Groningen en Hoogeveen. “Het zijn de bedrijven zelf die rondleidingen geven over hun projecten. Zodat iedereen die met ons meereist tijdens de Zomerschouw ziet wat er allemaal lokaal gebeurt”, vertelt Delies. “We zijn hier een jaar of vier geleden op verzoek van ons bedrijvenpartners mee begonnen, omdat zij graag aan elkaar laten zien wat er aan innovaties gebeurt.”  

    Steeds minder dubbellectoraten

    Tijdens de Zomerschouw was er naast het bezoek aan de verschillende innovatiewerkplaatsen ook ruimte voor het presenteren van het nieuwe boek ‘Verhalen over verbindingen’ dat Ineke Delies samen met collega Fokko Bosker schreef. “We hebben daarin onder andere zo’n 22 mensen geïnterviewd, elf duo’s van een onderzoeker en een bedrijfspartner, die in onze projecten werken en onderzoek doen. Het boek geeft een beeld van hoe onze onderzoeksagenda zich de afgelopen acht jaren heeft ontwikkeld.”

    Delies merkt op dat ze inmiddels nog maar één van de weinige dubbellectoraten in Nederland is. “Dat is jammer, want die samenwerking tussen het mbo en hbo, als beroepsonderwijs, is heel waardevol. Je ziet dat je echt samen werkt aan een duurzame en doorlopende  kennisketen. Het is geen immense stroom, maar de studenten die op deze manier van het mbo naar het hbo doorstromen slagen daar goed in. En die studenten kunnen in die keten op hun beurt de nieuwe mbo en hbo-studenten weer bij de hand nemen.”

    Deze nieuwe samenwerkingsvorm, van regionaal co-makership tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven om al doende innovaties te  leren en te onderzoeken in multidisciplinaire netwerken die Delies en haar lectoraat hebben ontwikkeld en onderzocht,  wordt daarom als een voorbeeld gezien ook voor afstemming mbo en hbo. Als de fusie tussen Stenden en NHL straks een feit is, zal zij de hogeschool dan ook nog nadrukkelijker adviseren hoe zij de samenwerking praktisch voor zich ziet.

    Leren van en met elkaar

    Na acht jaar werken binnen deze nieuwe constructies is het de vraag hoe je de opgedane kennis het beste verspreid en inzet voor iets nuttigs. “We zijn echt een leernetwerk, dus dan moet je ook kijken wat je daar binnen dan met elkaar leert, hoe je dat doet, en in welke praktijkomgevingen.” Hoogstwaarschijnlijk zijn dat ook de Recomabuitenwerkplaatsen waarvan er enkele voorbeelden deze week in de Zomerschouw zijn bezocht.

    Om dat te borgen is het lectoraat samen gaan werken met de Open Universiteit en Etiénne Wenger die verbonden is aan de Open University in Amerika. Hij doet onderzoek doet naar zijn eigen concept: communities of practice.  Delies: “Het zijn hele complexe netwerken van leren en praktisch werken die in ons lectoraat ontwikkeld worden. De komende vier jaar wil ik onderzoek gaan doen naar hoe je daarbinnen de kennisagenda mee ontwikkelt en hoe je je rol van invult van “verbindende leider “ die mensen bij elkaar brengt: de “convener”. Wenger heeft het inmiddels over landscapes of practice  en conveners dus dat is heel waardevol gedachtengoed  voor ons als lectoraat.”

    Delies die ondertussen al weer acht jaar de leiding heeft over het lectoraat kreeg onlangs te horen dat ze nog vier jaar verder mag met haar dubbellectoraat. “We hebben inmiddels hele actieve partnerschappen met bedrijven ontwikkeld. We slagen er goed in om die ook langdurig aan ons te binden. De volgende stap is dan ook om nader te onderzoeken wat we in onze lerende netwerken met het bedrijfsleven bijdragen aan het bepalen van de kennisagenda, welke kennis er gezamenlijk wordt ontwikkeld en welke rollen we hierbij vanuit het lectoraat - en eigenlijk vanuit het beroepsonderwijs - moeten hanteren. Dat willen we in ons lectoraat de komende vier jaar gaan doen.”