• A
  • A
  • Het PO en wachten op een kabinet

    (Foto: Roman Boed)

    (Foto: Roman Boed)

    - In haar vaste column beschrijft Lisa Westerveld hoe lastig het is om als onderhandelende partij een standpunt in de Kamer in te nemen. Debatteren over het PO in onderhandelingstijd, het is geen sinecure.

    U leest hier de bijdrage van Lisa Westerveld.

    Het zal weinig mensen zijn ontgaan: leraren in het primair onderwijs laten van zich horen. Ze eisen een beter salaris en een verlaging van de werkdruk. Binnen een paar maanden telt de Facebookpagina van PO in actie ruim 40.000 leden. Recent sloten ook de onderwijsbonden en de sectorraden zich aan bij de acties en lanceerden gezamenlijk een petitie om aandacht te vragen voor de problemen in het onderwijs. Met succes, want na twee weken staat de teller al bijna op 300.000 ondertekenaars.

    De roep om een hoger salaris en een lagere werkdruk is goed te begrijpen. Het onderwijs is immers al jarenlang de sector met het hoogste aantal burn-outklachten. Grofweg één op de vier leraren krijgt ermee te maken. De werkdruk is hoog, blijkt uit verschillende onderzoeken, van de NOS, van CNV Onderwijs en van mijn voormalig werkgever de AOb. Uit dat laatste onderzoek bleek zelfs dat leraren in het basisonderwijs bijna zeven uur per week overwerken.

    Ook in internationaal perspectief scoort de werkdruk in Nederland hoog: dit blijkt uit de vergelijking die de OESO maakt tussen het onderwijs in verschillende landen. Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar de conclusie lijkt me duidelijk: leraren hebben het druk, te druk.

    Dit is een probleem. Niet alleen voor hun eigen gezondheid, maar ook voor het onderwijs. Leraren voelen zich vaak tekort schieten: ze willen meer aandacht besteden aan sommige leerlingen, maar komen er onvoldoende aan toe. Bovendien komt er een onderwijsramp op ons af: het lerarentekort. Alleen al in het primair onderwijs steven we af op een tekort van ruim 4.000 fte in 2020, oplopend naar meer dan 10.000 fte in 2025, bij ongewijzigd beleid. Omdat veel docenten parttime werken, is het aantal personen vele malen hoger.

    Een paar weken geleden debatteerden we in de Tweede Kamer over de werkdruk in het onderwijs, op verzoek van de SP. Maar liefst 600 leraren reisden af naar Den Haag om het debat bij te wonen en om een signaal af te geven. En voor een heel aantal van hen eindigde het debat in een teleurstelling, omdat verschillende partijen aangaven niets voor hen te kunnen doen.

    Debatteren in onderhandelingstijd

    Voor mij was het ook een lastig debat om te voeren. Want GroenLinks wil natuurlijk een beter salaris en een lagere werkdruk voor leraren. Door kleinere klassen en meer leraren. Dat staat in ons verkiezingsprogramma en is meegenomen in de doorrekening van het CPB. Maar tegelijkertijd zaten wij ook aan de onderhandelingstafel waar ons verkiezingsprogramma de inzet was.

    Voor de SP was de situatie totaal anders; zij onderhandelen niet en hebben daarom de handen vrij om plannen te lanceren. En dat doen ze dan ook volop: in verschillende debatten zijn door de SP (en andere partijen) voorstellen gedaan om miljoenen vrij te maken voor bijvoorbeeld de zorg. En dat gebeurde nu weer: in een motie deed SP-collega Peter Kwint de oproep om de laagste salarisschaal (LA, beginnend bij 2436 en in vijftien treden naar 2482 euro/maand) in het basisonderwijs af te schaffen.

    Het doel is sympathiek, maar dit voorstel kon GroenLinks op dat moment in deze vorm niet steunen omdat aan de onderhandelingstafel wordt gesproken over het beleid van de komende kabinetsperiode. Op Twitter gaf Steven Geurts een mooie uitleg aan iemand die stelde dat ik ‘mijn integriteit opgaf’. “Het is lastig onderhandelen als je in de Kamer op een andere manier je inzet binnen probeert te halen. Draai het eens om: de VVD probeert een dikke asfaltmotie binnen te halen nu. Dan zet je de hele formatie op losse schroeven.” Steven sloeg met dit voorbeeld precies de spijker op z’n kop. De tafel zou te klein zijn op het moment dat de VVD via een motie 500 miljoen zou willen regelen voor meer wegen.

    Over dat bedrag hebben we het namelijk: 500 miljoen kost het om de laagste salarisschaal af te schaffen. Een bedrag dat geen enkele partij – ook de SP niet – in de doorrekening van hun verkiezingsprogramma heeft staan.

    Natuurlijk begrijp ik dat leraren op meer hadden gehoopt en ook meer hadden verwacht. Maar gezien de onderhandelingen voor een nieuw kabinet was dit simpelweg niet het juiste moment. Nutteloos was debat echter niet. Want het was weer een goede gelegenheid voor de onderwijswoordvoerders om met elkaar en met de staatssecretaris te spreken over het primair onderwijs en de nijpende problemen. Bovendien kun je in zo’n debat ook voorstellen doen aan de staatssecretaris.

    Wat is het kabinetsbeleid?

    Vorige week nam het debat een curieuze wending. Op vrijdag vertelde staatssecretaris Dekker op het congres van de PO-Raad dat het onderwijs eens moest stoppen met vragen om extra geld. Een dag later liet de vice-premier van het kabinet, Lodewijk Asscher in de krant optekenen dat het kabinet geld zou uittrekken voor het verhogen van de lerarensalarissen. Een mooie belofte natuurlijk, die GroenLinks ook van harte ondersteunt. Maar inmiddels rijst de vraag wel of het kabinet met één mond spreekt of dat hier sprake is van dubbelzinnig gedrag van een demissionair minister die tegelijkertijd Kamerlid is. Door verschillende Kamerleden is inmiddels om opheldering gevraagd en ook hier is binnenkort een debat over in de Tweede Kamer. Daarnaast debatteren we aanstaande donderdag debatteren op mijn verzoek over het lerarentekort.

    Dinsdag ben ik uiteraard ook namens GroenLinks aanwezig bij petitie-aanbieding van PO-front. Ons standpunt is nog steeds die uit het verkiezingsprogramma: het salaris moet omhoog en de werkdruk omlaag. En ik ga me de komende jaren keihard inzetten om dit te bereiken. Tegelijkertijd is dat ook de enige belofte die ik kan doen. Natuurlijk zullen leraren daar niet blij mee zijn, want die willen van politici horen dat zij gaan investeren in het onderwijs. Maar het zou niet eerlijk zijn om verwachtingen te wekken: nu we niet meer aan de onderhandelingstafel zitten, is ook de invloed van GroenLinks op het nieuwe kabinetsbeleid verkeken. Net als alle leraren, is het voor ons nu ook afwachten wat er gaat gebeuren.

    Een ding is wel duidelijk: door samen te werken heeft het onderwijsveld de problemen goed op de agenda van de politiek weten te krijgen. Hopelijk trekken de huidige onderhandelaars zich dit aan en komt er een regeerakkoord met mooie plannen en flink wat extra geld voor het onderwijs.