• A
  • A
  • Weg van de controledrift

    - Drie weken geleden schreef Kees Boele (HAN) collega Jet de Ranitz over zijn worsteling met de Instellingstoets Kwaliteitszorg. Die brief hield de gemoederen flink bezig ook bij Inholland. In haar reactie zet De Ranitz haar belangrijkste afwegingen op een rij: “Kwaliteit is gebaat bij vreemde ogen.”

    Den Haag, 10 mei 2017

    Beste Kees,

    Nou, je laatste brief heeft wel wat losgemaakt bij ons. Inholland heeft in het instellingsplan staan dat we in 2018/2019 op willen gaan voor de Instellingstoets Kwaliteitszorg (ITK). Bij ons wordt nu volop de discussie gevoerd of we het echt gaan doen; jouw brief gooide olie op het vuur. Het dilemma dat jij hebt, heb ik dus ook!

    Ik herken alles wat je zegt, dus dat zal ik niet herhalen. Daarmee valt de balans voor de ITK negatief uit: heel veel werk met zo op het oog weinig winst. Tegelijkertijd wil ik niet overhaast beslissen of we wel of niet opgaan voor de ITK, dus toch maar even mijn afwegingen op een rij.

    Naast alles wat jij noemt pleiten voor mij nog twee dingen tegen de ITK. In de eerste plaats heeft Inholland ervoor gekozen om geen centrale onderwijsvisie te hebben/op te leggen. Het zijn de opleidingen waar visie vorm moet krijgen op onderwijs, het samenspel met onderzoek en de mensen die er uitvoering aan geven, in interactie met studenten en het werkveld.

    Natuurlijk vragen wij hen ook om te laten zien hoe zij Inholland-brede thema’s inpassen, maar wel geredeneerd vanuit hun vak, hun locatie en hun studenten. Juist de opleidingsaccreditaties zijn cruciaal als feedbackinstrument om vast te stellen of we dat goed doen. Dat die accreditaties uitgebreid zijn, vinden wij dus goed. Je kunt je afvragen of ‘lichte’ accreditaties wel als winst moeten worden beschouwd (als ze al echt als lichter zouden worden ervaren en uit jouw brief blijkt dat dit tegenvalt).

    In de tweede plaats is het een belangrijk thema voor ons om meer ‘principle driven’ te werken. Minder regels en meer ruimte om het goede te doen voor studenten: terug naar de bedoeling. Dit impliceert een andere sturing, die ruimte laat voor variatie (vanzelfsprekend zonder kwaliteitsverlies of afwijkingen die tot willekeur leiden).

    We willen weg van de angst om fouten te maken; weg van de controledrift – die heeft namelijk verkramping tot gevolg en daar hebben studenten last van. We kunnen alleen een lerende organisatie worden, als we open durven zijn over wat verbetering behoeft zonder daar iemand direct op af te rekenen. Als we dan een ITK gaan doen lopen we het risico regeldrift te bevorderen, omdat we denken dat alles ‘in lijn’ moet zijn. Het zou een averechts effect kunnen hebben op wat we bij Inholland graag willen bereiken.

    Waarom hebben we in ons instellingsplan dan die ambitie opgenomen om de ITK te halen? In de eerste plaats omdat we natuurlijk graag laten zien dat het goed gaat met Inholland. Na jaren hard werken hebben we onze zaakjes op orde. Het behalen van de ITK zou een mooie kers op de taart zijn. In de tweede plaats hebben we wel degelijk een gezamenlijke ambitie om een bijdrage te leveren aan een gezonde, duurzame en creatieve samenleving in de Hollandse steden.

    Een ITK kan zichtbaar maken hoe ver we zijn in het verwezenlijken daarvan. Tenslotte vind ik ook dat het onverstandig is om helemaal geen toets te ondergaan. Het werken aan een kwaliteitscultuur is voor ons onverminderd belangrijk. Kwaliteit is gebaat bij vreemde ogen. Dat geldt niet alleen voor de opleidingen, maar ook voor ons als organisatie. Als we die toets niet aan zouden gaan, missen we dan geen feedback waar we veel van zouden kunnen leren?

    Kortom, ik heb weliswaar bezwaar tegen de manier waarop de ITK soms uitpakt, maar niet tegen het idee van toetsing door een verstandig panel. Het instituut ITK roept weerstand op – een beeld van dikke stapels documenten, de suggestie van eenheidsworst en die vreselijke vraag: ’bent u wel in control?’ Alsof ik in mijn eentje alles in de hand zou hebben. “Natuurlijk niet!”, wil ik roepen (maar dat is overdreven, want het loopt echt niet zomaar uit de hand).

    En toch, als ik een eigenwijze manier zou kunnen vinden om hem te doen... Als we ons geloof in ruimte en variatie en de aanpak die we daarbij gekozen hebben, zouden kunnen toetsen… Als de ITK zich kan voegen naar ons, en wij ons niet hoeven te voegen naar de ITK… Ja, dan kan het ons veel brengen.

    Ik overweeg daarom ‘in eigen beheer’ een visitatie te regelen, mochten we besluiten de ITK te zwaar te vinden. Wel de feedback, niet de overlast. Tegelijk is dat natuurlijk de wereld op zijn kop: zelf iets nieuws verzinnen omdat het instrument dat ervoor ontworpen is, kennelijk onvoldoende functioneert.

    Zo kan ik nog wel even door worstelen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd naar feedback van iemand anders. De kunstensector staat bekend om zijn weerstand tegen systemen: aangezien kunst streeft naar uniciteit is alles wat zoekt naar voorspelbaarheid bij voorbaat verdacht. Toch heeft de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten met succes de ITK doorstaan (en dat had echt wel wat voeten in de aarde, zowel ervoor als erna). Mijn opvolger, Bert Verveld, is minstens zo eigenwijs met zijn pleidooi voor een derde cyclus in het kunstvak en daarna de rest van het hbo.

    Dus beste Bert, kun jij ons eens bijstaan? Ik ben benieuwd hoe jij de afweging maakt tussen ruimte zoeken binnen het systeem en het afschaffen ervan – tussen je (ernaar) voegen en de kont tegen de krib gooien.

    Hartelijks,

    Jet