• A
  • A
  • OCW wil student vaker bij beleid betrekken

    (foto: Arenda Oomen)

    (foto: Arenda Oomen)

    - In weerwil van bestuurders in mbo en hbo besloot minister Bussemaker studenten te betrekken bij haar beleid. Samen zochten zij naar oplossingen om de overgang tussen mbo en hbo te bevorderen. "Ik ben ontzettend blij dat ik volhardend ben geweest om het samen met studenten zelf te doen."

    In Tivoli in Utrecht presenteerden studenten uit het mbo en hbo hun ideeën om de overgang tussen beide onderwijssectoren te bevorderen. Momenteel valt 40% van de mbo-studenten uit in het eerste jaar in het hbo. In het kader van de Gelijke Kansen Alliantie wil de minister met het studentlab de kansen voor mbo-studenten in het hbo bevorderen. 

    Student op achterstand

    Een student in de zaal legde uit wat vaak het specifieke probleem is bij de overgang tussen mbo en hbo. “Op het hbo is het gewoon veel meer, je moet veel meer stof tot je nemen, je moet alles zelf uitzoeken, dat is waar studenten tegenaan lopen. Daarnaast zijn er economische vakken, maar ook Engels en Nederlands. Daar heeft deze groep studenten vaak een achterstand.” 

    De minister beaamde dit en wees daarbij op de cijfers. “20% van de mbo-studenten stopt in het eerste jaar, vervolgens is er nog 20 % die switcht van de ene naar de andere opleiding. Dat betekent dat 40% van de mbo-studenten die naar het hbo gaat in het eerste jaar stopt met de opleiding. Dat is niet vergelijkbaar met bijvoorbeeld havisten die naar het hbo gaan. Ik vond het daarom in het kader van gelijke kansen dat er maatwerk moet worden geboden. Ik vind het namelijk heel frustrerend dat zo’n grote groep mbo’ers het niet haalt.” 

    Dat de minister samen met studenten met dit plan is gekomen heeft volgens haar alles te maken met de gelijke kansen alliantie. “Dat er moeite is met doorstroom dat hebben wij vorig jaar geconstateerd naar aanleiding van een heftig rapport van de Inspectie van het onderwijs. We slagen er nog steeds niet in om iedere jongere gelijke kansen te bieden in het onderwijs.” 

    “De overgang in het onderwijs gaat voor de ene scholier veel makkelijker dan voor de andere”, vervolgt Bussemaker. “Dat zien we bij de eindtoets in het basisonderwijs, dat zien we ook bij de overstap van mbo en hbo. Het inkomen van ouders speelt hierbij vaak een veel grotere rol dan het talent van de jongeren. Dat is niet acceptabel, je achtergrond mag nooit bepalend zijn voor je kansen.” 

    Vaker samenwerken met studenten 

    Om dit probleem aan te pakken heeft de minister een studentlab bedacht, maar dat ging nog niet zo makkelijk. “Toen ik begon met na te denken hoe we dit aan kunnen pakken kwam het idee van een studentlab. Waarom zouden wij het niet aan student zelf vragen. Die zijn er tegenaan gelopen, die kunnen ook als geen ander weten hoe het moet. Ik heb toen ook met bestuurders gesproken van hogescholen en het mbo. Heel veel zeiden: ‘weet je, laat dat maar aan ons over.’ Ik heb toen volgehouden en gezegd ik wil studenten hierbij betrekken. Als ik dan nu kijk naar wat voor goede ideeën ik al gezien heb, dan ben ik ontzettend blij, dat ik volhardend ben geweest om het samen met studenten zelf te doen.” 

    Voor de minister was dit ook een wijze les en zij wil daarom in het vervolg studenten meer betrekken bij het maken van beleid. “Je kan heel veel vanuit beleid doen, maar als het niet leeft bij de mensen om wie het gaat dan gaat het ook niet werken. Ik en met mij vele anderen kunnen heel veel leren van studenten. Als wij studenten meer bij beleid kunnen betrekken, dan zou het beleid dat wij maken ook veel en veel effectiever kunnen zijn. Ik ben heel erg enthousiast over dit studentlab en ik hoop dat wij dit ook bij veel andere beleidsterreinen te werken, interactief en van onderop met elkaar moet het wel beklijven.”