• A
  • A
  • Macron en de kabinetsformatie

    (Foto: Neil Turner)

    (Foto: Neil Turner)

    - De Franse verkiezingen leggen volgens vaste columnist Ad de Graaf wederom een scheiding in de maatschappij bloot. Wat gaat het hoger onderwijs doen om dit gat te dichten? Over briefjes aan het kabinet en gescheiden werelden.

    Na Brexit en Trump lijkt het populistische gevaar geweken. Macron kreeg maar liefst 65% van de uitgebrachte stemmen. Macron, onze nieuwe hoop tegen het oprukkende volkse populisme. Na Nederland blijken ook de Franse kiezers verstandig. Extra bonus is de pro-Europese agenda van Macron. Wat willen we nog meer?

    Maar het extreme populisme is niet verslagen. Jonathan Holslag slaat de spijker op zijn kop: "Overal hoor je bewindspartijen euforisch over groei en herstel, maar veel mensen zien amper tastbare baten… Zolang beleidsmakers die realiteit niet inzien, zullen ze met hun verhaal van vooruitgang voor dovemansoren spreken." (Knack/Volkskrant).

    Gelukkig is de nieuwe Franse president een verstandig man. In de Volkskrant lezen we dat hij zich in zijn overwinningsrede richtte tot de kiezers die op Marie Le Pen hebben gestemd. Hij respecteert ze en sprak: ”Ik zal er de komende jaren alles aan doen om ervoor te zorgen dat er geen reden meer zal zijn om extreem te stemmen.“ Veel wijzere taal dan die van Hillary Clinton over Trump-aanhangers.

    Gescheiden Werelden 

    De uitspraken van Macron kunnen worden gekopieerd naar Nederland. Ook hier viel de uitslag van de verkiezingen mee als je de wereld verdeelt in populistische en meer gevestigde partijen. Maar ook hier kan het er over vier jaar heel anders uitzien als er niets aan de voedingsbodem van het populisme wordt gedaan.

    In mijn essay ‘Wegwijzer naar #hbo2025haal ik een SCP/WRR rapport aan dat het onderscheid maakt tussen universalisten (mondiaal georiënteerd en pro-Europa, hoger opgeleid en cultureel zeker).en particularisten (meer lokaal georiënteerd en eurosceptisch, lager opgeleid en cultureel onzeker). David Goodhart gebruikt voor deze indeling de woorden Anywheres en Somewheres.

    De Anywheres denken overal te kunnen aarden, trekken geen grenzen. De Somewheres voelen zich sociaal-cultureel in hun omgeving geworteld en zien een onzekere toekomst door de globalisering. Weer anderen spreken over kosmopolieten en nationalisten. Deze begrippen gaan allemaal over hetzelfde: er ontstaat een toenemende afstand tussen twee groepen die in gescheiden werelden leven, die elkaar niet kennen en elkaar ook niet begrijpen. 

    Kortom, evenals bij Macron ligt er ook een fikse uitdaging voor Rutte-3 om deze werelden dichter bij elkaar te brengen. Het hoger onderwijs kan daar een belangrijke rol in spelen. Laten we eens kijken of  het besef van die Gescheiden Werelden (en de risico’s daarvan) doorklinkt in de brieven die de VSNU en de Vereniging Hogescholen onlangs aan de kabinetsinformateur hebben gestuurd.  

    De inzet van de universiteiten

    De VSNU beschrijft op 29 maart de drie speerpunten van de universiteiten: 1) het beste onderwijs, 2) wetenschap en innovatie, 3) profilering en sturing op basis van dialoog en vertrouwen. Geen woord over prioriteiten die iets te maken hebben met het verminderen van de voedingsbodem voor populisme, terwijl opkomend populisme juist voor de internationaal georiënteerde universiteiten uitermate bedreigend is. Volstaan wordt met een verwijzing naar ‘Nederland als innovatief kennisland’. Kortom, het lijkt op een brief vanuit de wereld van universalisten en Anywheres zonder verwijzingen naar de maatschappelijke actualiteit zoals hierboven geduid.

    De universiteiten onderbouwen hun verzoek om extra geld voor onderwijs door te wijzen op de daling van de rijksbijdrage per student tussen 2000 en 2016 van €19.000 tot €15.000. Een fikse daling, maar rekenmeesters zullen erop wijzen dat zo’n rijksbijdrage per wo-student nog steeds aanzienlijk hoger dan in het po (€6.400), vo (€8.000), mbo (€8.000) of hbo (€8.500 incl. collegegeld).

    Het tweede speerpunt van de universiteiten gaat over wetenschap en innovatie, waarbij verwezen wordt naar het extra miljard van de Nationale Wetenschaps Agenda (NWA).

    De brief roept verschillende vragen op. Waarom ontbreekt elke verwijzing naar het indringende vraagstuk van de Gescheiden Werelden, naar de bijdrage van de universiteiten aan het verminderen van de voedingsbodem van het extreme populisme via onderwijs en onderzoek?

    Wat zal de reactie vanuit politiek en samenleving zijn als het opgevoerde bedrag van €15.000 rijksbijdrage per student wordt vergeleken met de €6.400 van het basisonderwijs? Omdat in het bedrag voor het onderwijs (de €15.000) ook – een deel van – de rijksbijdrage voor onderzoek zit, kan de indruk ontstaan  dat twee keer om extra geld voor onderzoek wordt gevraagd: via de onderwijsbekostiging en via de NWA-gelden. Overigens, volgens OCW is de rijksbijdrage per wo-student voor onderwijs (incl. collegegeld, excl. Onderzoeksgelden) in 2015 €9.000.

    Bijdrage per student '17

    Bron: MinOCW

    Hogescholen

    De Vereniging Hogescholen stuurde op 6 april een brief aan de informateur. Ook de hogescholen vragen aandacht voor de NWA en de investering van 1 miljard. Ook de hogescholen hebben een vergelijkbaar verhaal over sturing op basis van dialoog en vertrouwen. En ook de hogescholen gaan in op de kwaliteit van het onderwijs en de hiervoor noodzakelijke investering.

    De hogescholen laten zien welke investeringen en welke bezuinigingen zich voordoen en bepleiten een ‘duurzaam financieel kader’ zonder nieuwe (verkapte) bezuinigingen die onder het mom van ‘productiviteits- of efficiencywinst’ worden ingevoerd. Anders gezegd, de hogescholen zijn pessimistischer dan de universiteiten en lijken eerder beducht voor onverwachte bezuinigingen dan dat zij (expliciet) een verhoging van de Rijksbijdrage per student bepleiten boven de extra investeringen die te zijner tijd voortvloeien uit de invoering van het Studievoorschot. 

    In de brief van de hogescholen is wél aandacht voor maatschappelijke uitdagingen die een relatie hebben met de voedingsbodem van extreem populisme. Gewezen wordt op het belang van zowel cohesie als de economische kracht van Nederland; op het belang van maximale talentontwikkeling en gelijke kansen; op het belang van associate degree en master-opleidingen; en op de betekenis van het leven lang leren. Hier manifesteert zich dat de hogescholen anders in de samenleving geworteld zijn dan de universiteiten en zich meer op het breukvlak van de twee (gescheiden) werelden bevinden.

    Ook deze brief roept vragen op. Zijn de hogescholen te bescheiden in hun investeringswensen of zijn ze juist realistisch?  Alle maatschappelijke sectoren zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met ombuigingen oftewel besparingen: zal er vanuit de politiek en samenleving wel begrip bestaan voor een argumentatie waarbij bezuinigingen uit het verleden worden opgevoerd? Dit geldt overigens ook voor de VNSU. En waarom wordt er met geen woord gesproken over de lerarenopleidingen die juist – zowel in het opleiden van docenten als in de samenwerking met scholen- cruciaal zijn voor het overbruggen van de kloof tussen Gescheiden Werelden? 

    Keuzes in het regeerakkoord

    In vergelijking met vijf jaar geleden is er in het publieke debat veel meer aandacht voor de toegenomen breuklijnen in de samenleving. Ik hoop dat we hiervan het een en ander terug zullen vinden in het regeerakkoord en vooral in het beleid van het nieuwe kabinet. Dat is hard nodig anders zouden de resultaten van de verkiezingen er over vijf jaar in Nederland of Frankrijk wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Maar dat betekent ook dat het regeerakkoord een teleurstelling kan worden voor diegenen in het hoger onderwijs die in de veronderstelling verkeren dat hoger onderwijs topprioriteit geniet, terwijl straks blijkt dat de extra gelden voor onderwijs vooral gaan naar onderwijssectoren die veel directer in de frontlinie van de Gescheiden Werelden staan.

    Ad de Graaf is vaste columnist van ScienceGuide, in zijn blog ‘Mythes, illusies en de onderwijsparagraaf van Rutte3’ deed hij eind maart al een paar voorspellingen over het hoger onderwijs in het aankomend kabinetsbeleid.