• A
  • A
  • Harm Beertema: van communist naar Fortuynist

    Bron: Tweede Kamer

    Bron: Tweede Kamer

    - Hij was eerst communist maar veranderde na de ‘opstand der burgers’ aan het begin van deze eeuw in een Fortuynist. Later sloot hij zich aan bij de PVV. Wie is toch de onderwijswoordvoerder van de partij van Geert Wilders in de Tweede Kamer, Harm Beertema?

    Harm Beertema (1952) is sinds 2010 Kamerlid voor de PVV maar toch weten maar weinigen wat zijn achtergrond en drijfveren zijn. ScienceGuide stelde een profiel op van deze ras-Rotterdammer aan de hand van gesprekken met oud-collega’s. 34 jaar lang was Beertema onderwijzer onder andere op het Albeda College, een grote mbo-instelling op Rotterdam-Zuid. Hij gaf les in de vakken Nederlands en Engels. Voor hij voor de PVV de politiek in ging maakte hij de nodige politieke omzwervingen.

    Opgevoed als gereformeerde jongen studeerde hij geheel in lijn met zijn afkomt op de Vrije Universiteit en volgde daar de lerarenopleiding. Hij werd later In zijn jonge jaren als docent overtuigd communist, weet een oud-collega uit het Rotterdamse tegen ScienceGuide te vertellen. Hij was als jonge Rotterdamse docent betrokken bij de ‘Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland’, een voorloper van de SP. Beertema was idealistisch en ging in het streekschool onderwijs in Rotterdam-Zuid werken, in de buurt waar hij woonde. Onder collega’s stond hij bekend als een perfecte leerkracht met hart voor de zaak.

    Eind jaren ‘80 en begin jaren ‘90 kwam er een enorme stroom aan asielzoekers naar Nederland, die nog vele malen groter was dan wij de afgelopen periode gezien hebben. Beertema begon zich steeds unheimischer te voelen over hoe het onderwijs dat aanpakte. Met de enorme toeloop van asielzoekers zag hij de kleur van zijn leerlingen verschieten en zag naar eigen zeggen ook de dominantie van de Islam in de klassen ontstaan. Ook kreeg hij een toenemende onvrede over de kwaliteit van het onderwijs.

    Opstand der burgers                                        

    Het nieuwe politieke geluid van Pim Fortyun, die in zijn studententijd ook een communist was van de gestaalde kaders, sprak hem aan. Toen Fortuyn aan het eind van de vorige eeuw bekend werd met zijn columns voelde Beertema zich bij dat verhaal aangesloten. Pim verwoorde wat hij dacht. Naar eigen zeggen sloot hij zich in 2001 aan bij de opstand der burgers onder leiding van professor Pim. Later werd hij ook nog actief voor Leefbaar Rotterdam.

    Beertema ging sindsdien andere stellingen innemen, niet zozeer tegen de allochtone mbo-studenten, maar wel tegen de manier hoe het onderwijs met deze populatie nieuwe studenten omging. Hij was daarom tegen het competentiegericht onderwijs, hij wilde ouderwets onderwijs met discipline en regels.

    Na de Fortyun-revolte raakte Beertema steeds maatschappelijker geëngageerd. Zo schreef hij tussen 2000 en 2010 vele ingezonden stukken voor Trouw, de Volkskrant en NRC. Overigens overlegde hij deze opinieartikelen altijd met zijn eigen collega’s, die vonden dat hij magnifiek kon schrijven. In die bijdragen vroeg hij aandacht voor de tanende kwaliteit van het onderwijs en ageerde hij tegen de linkse dominantie in de onderwijssector

    Met titels als ’Wie status begeert, moet vooral geen les gaan geven’,Parlement word wakker, het mbo gaat er aan!’ of ‘Bevrijd onderwijs uit linkse omhelzing’ prikkelde hij lezers en collega’s. In dat laatste artikel trekt Beertema van leer tegen de sectorraden in het onderwijs die volgens hem “linkse baantjesmachines” zijn. Verder schrijft hij: “Hoe je het ook wendt of keert, de linkse politiek heeft het (beroeps)onderwijs gemaakt tot een systeem waarin niemand de docent nog ziet als een professional met kennis van zaken.”

    Voordat hij de uiteindelijke stap naar de politiek maakte, was hij bestuurslid van Beter Onderwijs Nederland. Deze vereniging werd in 2006 opgericht met de filosoof Ad Verbrugge als voorzitter en heeft als doel om het onderwijs te verbeteren door de autonomie van het onderwijs bij docenten zelf komt te liggen.

    Het Kamerlid Beertema

    Toen hij Kamerlid werd weigerde hij pertinent om kennis te maken met de koepels. Beertema hield zijn deur gesloten voor de toenmalige nieuwe voorzitter van de HBO-raad, Guusje ter Horst, en noemde haar de "opvolger van Doekle 'de dhimmi' Terpstra". Daar bleef het echter niet bij. De opvolger van Ter Horst, Thom de Graaf, kwam ook voor een dichte deur te staan.

    De echtgenote van Beertema gaf hem de expliciete boodschap mee dat hij De Graaf niet mocht ontvangen in zijn werkkamer in de Tweede Kamer. De oorzaak daarvoor lag vijftien jaar in het verleden. De Graaf had namelijk tijdens de verkiezingscampagne in 2001, toen nog als lijsttrekker van D66, Fortuyn in verband gebracht met Anne Frank en daarmee gedemoniseerd, wat uiteindelijk tot zijn dood zou hebben geleid.

    Beertema zat nog niet zo lang in de Kamer toen de crisis op Inholland losbarstte. Zoals hij ook voor het mbo bepleitte wilde hij in het hbo een centraal eindexamen. Dat zou moeten voorkomen dat er discussie zou zijn over het civiel effect van een diploma. Beertema kreeg steun in de Kamer voor zijn voorstel en toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra moest hiermee aan de slag. Als tegenwerping kwam de toenmalige hbo-raad met de commissie Bruijn die het alom geprezen rapport ‘Vreemde Ogen Dwingen’ schreef, maar het eerste wapenfeit was hiermee voor Beertema in de Kamer wel een feit.”

    Minder, minder, minder

    Minder succesvol werd Beertema na de ‘minder, minder’ Marokkanen-uitspraak van zijn politiek leider Geert Wilders. De PvdA besloot geen enkele PVV-motie meer te steunen. Aangezien de PvdA toen nog veel zetels in de Kamer had werd er bijna geen enkele motie meer aangenomen van Beertema, hij besloot later dan ook om helemaal geen moties meer in te dienen. Onlangs heeft Lodewijk Asscher (PvdA) aangegeven dat hij het cordon sanitair voor de PVV weer heeft opgeheven.

    Beertema wordt wel vaker door het onderwijsveld tegengewerkt. Zo mocht hij in 2015 niet naar een bijeenkomst van leraren omdat hij van de verkeerde politieke partij is. Daarom laat hij bij werkbezoeken ook vaak weten dat hij blij is dat hij uitgenodigd wordt omdat hij elders geweerd wordt door het onderwijsveld.

    Zijn politieke afkomst wordt hem ook in de Kamer weleens voor de voeten geworpen. Dit ontaarde in een felle ruzie met Paul van Meenen (D66). In een Kamerdebat in 2015 over de naweeën van de Amsterdamse Maagdenhuis bezetting haalde Beertema flink uit naar de Amsterdamse bezetters die hij links tuig noemde. Paul van Meenen (D66) wierp tegen dat op een PVV-bijeenkomst op het Plein in Den Haag gezwaaid werd met Nazivlaggen. Beertema sprak toen van een: ‘schandelijke aantijging.’ Van Meenen moest na enige tijd toegeven dat hij zich had laten verleiden tot onwaarheden, maar het gaf maar weer eens aan hoezeer Beertema zich kan opwinden als zijn partij en daarmee zijn kiezers worden vergeleken met het Nazisme.

    Het lokale naar het Haagse

    Zijn Rotterdamse ervaring heeft hij ook veelvuldig gebruikt bij zijn Kamerwerk. Bij het recente debat over gelijke kansen gaf hij aan hoe belangrijk het is voor zwakke scholen dat zij hun stinkende best blijven doen. “Als je dan een zwarte school bent, heb je de heilige plicht om de beste zwarte school van Nederland te worden.” Wat er op duidt dat het verheffingsideaal nog steeds voorop staat voor Beertema.

    “Een aantal scholen heeft dat gedaan. Zij zijn excellent geworden. Wat is daar mis mee? Dan heb je een mooie homogene zwarte school, waar keihard gewerkt wordt en waar een pedagogisch klimaat heerst dat helemaal op de doelgroepen is toegesneden. Prachtig, ga zo door. Dat is de creativiteit waar een heel groot deel van het onderwijs voor staat.”

    Een Rotterdamse onderwijsbestuurder waardeert deze gedrevenheid voor kansarme jongeren en zegt over Beertema: “Als onderwijswoordvoerder maakt hij vaak de goede analyses en komt hij met zinvolle bijdragen. Herkenbaar ook voor mij, omdat hij de Rotterdamse context goed kent. Hij gebruikt ook woorden die mij dierbaar zijn. Het klassieke begrip van de verheffing moet iets van doen hebben met zijn communistische achtergrond. Zodra hij dat verheffingsideaal begint te laden met het typische PVV-gedachtengoed haak ik heel snel af. Beetje een man met twee gezichten.”

    Dat Typische PVV-gedachtengoed lijkt hij steeds vaker te bezigen. In het Haagse wordt er met verbazing gekeken dat Harm Beertema steeds meer gefocust raakt op het anti-islam standpunt van zijn partij. Waar hij aan het begin van zijn Kamerlidmaatschap zich concentreerde op de inhoud van het onderwijsbeleid, lijkt hij de laatste jaren zich steeds meer te focussen op in zijn ogen de ‘gevaren van de islamisering.’ Toch is Beertema nog niet uitgespeeld, als tweede partij in de Kamer met twintig zetels kan hij in de toekomst een doorslaggevende rol spelen in het onderwijsbeleid.

    Frans van Heest