• A
  • A
  • Geschiedenis uit meerdere perspectieven

    (Historische citaten op de muur van de tentoonstelling 'Goede Hoop', Foto: ScienceGuide)

    (Historische citaten op de muur van de tentoonstelling 'Goede Hoop', Foto: ScienceGuide)

    - Hoe gaat het Rijksmuseum om met koloniale geschiedenis in hun tentoonstellingen? ScienceGuide sprak met Eveline Sint Nicolaas, conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum, over het terminologieproject van het museum en de tentoonstellingen ‘Goede Hoop’ en de aankomende tentoonstelling over slavernij.

    In een tentoonstelling over de geschiedenis van Nederlandse aanwezigheid  in het buitenland is de eerste zaal vaak gewijd aan het moment dat de ‘ontdekker’ voet aan wal zette; niet bij de tentoonstelling Goede Hoop in het Rijksmuseum. Het museum schenkt op meerdere manieren aandacht aan diversiteit en ons koloniaal verleden.

    Bij binnenkomst op de tentoonstelling over Zuid-Afrika krijgt de bezoeker direct een uitleg voorgeschoteld die hem aan het denken zet over de bordjes bij de kunstobjecten. “Wij zijn ons bewust van de discussie over de gebruikte term ‘slaaf’ en wisselen hem af met ‘tot slaaf gemaakte’”, staat er op de muur geschreven. Ook lijken de muren van de zalen besmeurd te zijn met activistische quotes. Het Rijksmuseum koos er voor  om historische citaten , die een tegenstem geven aan het traditionele historische verhaal, toe te voegen aan de tentoonstelling.

    Terminologie in de kunst

    Het is een cliché dat de geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaar. En ook nog eens een gedachte die niet geheel klopt. In musea wordt geschiedenis namelijk geschreven, onder andere door de selectie die de conservator maakt. Naast de grote verbouwing die het Rijksmuseum net achter de rug heeft, is het instituut al een tijd bezig om de collectie digitaal toegankelijk te maken, en daarbij kom je beschrijvingen tegen uit de oude inventarisboeken die in hun tijdsbeeld geheel te begrijpen zijn, maar die je niet klakkeloos op het internet kunt zetten.

    In de tuin van het museum tref ik op een zonnige maandagmiddag Eveline Sint Nicolaas, conservator geschiedenis bij het Rijksmuseum. Met haar praat ik over de keuzes die gemaakt zijn bij de vormgeving van de tentoonstelling Goede Hoop en over het terminologieproject dat het Rijksmuseum is gestart. Langs ons lopen schoolklassen op weg naar het volgende onderdeel van de rondleiding terwijl we bespreken wat de aanleiding is geweest voor de project dat het museum is gestart.

    In het terminologieproject wordt gekeken naar de titels en beschrijvingen van de objecten in de collectie van het Rijksmuseum. Ook wordt gelet op het gehanteerde perspectief in alle teksten van het museum. Het is bijvoorbeeld vreemd om over de ontdekking van Australië door Dirk Hartogh te spreken, alsof Australië niet bestond voor de komst van de Europeanen.

    “Wat heel veel mensen zich niet realiseren is dat kunst vaak geen titel heeft gekregen van de kunstenaar. Die titel geven wij als we het werk inschrijven in de inventaris en een tekstbordje schrijven voor op de tentoonstelling” Het is namelijk niet altijd gebruikelijk geweest om een werk een naam te geven. Voor administratieve doeleinden gebeurt dit in het museum uiteindelijk wel, omdat het anders moeilijk is om de objecten te registreren. 

    “Een bekend voorbeeld is het schilderij van Simon Maris, dat eerst ‘Indisch type’ en toen ‘Oostersch meisje zittend in een fauteuil’ heeft geheten. Pas veel later, in de jaren ’70, bij het opstellen van de schilderijencatalogus heeft een conservator er de naam ‘het negerinnetje’ aan gegeven” Tegenwoordig draagt het de titel: ‘Jonge vrouw met waaier’.

    Maar wat is dan de juiste naam voor het kunstwerk? Die vraag kun je zo niet stellen legt Sint Nicolaas uit: “Het is niet zo dat wij het nu beter weten. De taal is een praktisch middel om de kunst toegankelijk te maken, en het gaat ons om die toegankelijkheid.” De taal als middel, en niet de naam van het stuk als doel is leidend, dat is de opvatting die het Rijksmuseum in deze na twee jaar uitvoerig overleg typeert. Als Simon Maris zelf ‘Het negerinnetje’ achterop had geschreven, dan was die titel blijven staan en hadden we er bij vermeld dat het de originele titel is.” Alle oude beschrijvingen worden overigens wel digitaal opgeslagen, zodat deze informatie niet verloren gaat.

    Geleerde lessen

    Dat andere perspectief is ook toegepast in de nieuwe tentoonstelling over de Nederlandse aanwezigheid in Zuid-Afrika, ‘Goede Hoop’. Daar zijn de muren van de tentoonstelling voorzien van historische citaten die het verhaal vertellen vanuit het oogpunt van die mensen die de geschiedenis niet van een stem heeft voorzien – laat staan een portret. “Wij hebben de Khoikhoi, en het dienstmeisje van de Hollandse koopman ook een stem gegeven, om aan te geven dat geschiedenis altijd meerdere kanten heeft. Het is maar aan welke kant van de lijn je staat hoe je naar de geschiedenis kijkt.”

    Ook in de vormgeving en de indeling van de zalen heeft dit een rol gespeeld. Waar een typische tentoonstelling over de gemeenschappelijke geschiedenis van Nederland en Zuid-Afrika zou beginnen met Jan van Riebeeck, de eerste Nederlander die een permanente nederzetting oprichtte op de Kaap, begint deze tentoonstelling met vroege interacties tussen de Khoikhoi en de San, en vervolgens de VOC. “De boodschap is hier: er was daar al een land, dat was bewoond, en die mensen hadden hun eigen beschaving. Dat is een bewuste keuze geweest en wijkt af van vergelijkbare tentoonstellingen uit het verleden”.

    Meerdere perspectieven

    Het is niet alleen de vraag hoe, maar natuurlijk ook ‘wat’ je laat zien bij een onderwerp als dit. De tentoonstelling is een bijzondere verzameling van kunstwerken en voorwerpen geworden. In de zaal waar het portret van Riebeeck hangt,  is ook een onwaarschijnlijk goed bewaarde bontmantel van een San tentoongesteld. De beroemde ‘kettinkjes en kraaltjes’ uit dezelfde tijd die bewaard zijn gebleven worden door de audiotour van Adriaan van Dis verder toegelicht. Het waren helemaal geen ‘waardeloze’ objecten waarmee de Khoikhoi en de San voor de gek werden gehouden, ze waren juist heel waardevol, ook voor de Hollanders.

    Opvallend veel objecten van buiten de eigen collectie zijn te zien, om de tentoonstelling zo compleet mogelijk te maken. Dat is een pad dat zich overigens niet erg gemakkelijk laat bewandelen. Ook in Zuid-Afrika zijn kunstobjecten, met name van de oorspronkelijke bevolking, een schaars goed en bij het uitlenen draait alles om vertrouwen. “Het was een lang en lastig proces om de verschillende objecten uit Zuid-Afrika hierheen te krijgen, maar het is essentieel dat ze onderdeel zijn van de tentoonstelling.” vertelt collega en wetenschappelijk medewerker Daniel Horst me.

    Ook zijn er niet veel Nederlandse artefacten bewaard gebleven, maar het kon museum wel een hele zaal met prenten van Robert Jacob Gordon tentoonstellen. Minutieus maakte deze kolonel in de achttiende eeuw tekeningen van de flora en fauna die hij tegenkwam, evenals de inheemse volkeren die hij ontmoette. Uit de aantekeningen en schetsen blijkt dat hij naar mate hij ouder werd ook steeds meer met het lot van de bevolking begaan was. 

    Culemborgh

    De tentoonstelling eindigt met een aantal zalen gewijd aan de tijd van de apartheid en het moderne Zuid-Afrika. Veel bezoekers staan een paar minuten stil bij de film fragmenten van Nederlandse televisie sinds de jaren ’50. Daarop is onder andere een nagebouwd Culemborgh, de geboorteplaats van Jan van Riebeeck, in Zuid-Afrika te zien. In 1952 was dit het middelpunt van de zogenaamde Van Riebeeck feesten. En zo komen er meer namen voorbij die heden ten dage vragen opwerpen.

    Maar hoe moeten we omgaan met deze geschiedenis en wat voor plek hebben deze herinneringen in de publieke ruimte? Sint Nicolaas: “Daar is niet altijd een pasklaar antwoord op. Een monument in de publieke ruimte voor Van Heuzst [Gouverneur-generaal van Nederlands Indië, red] kun je weghalen omdat je hem niet wilt eren, maar je kunt het ook laten staan met een toelichting er bij zodat mensen er iets van opsteken.” De rol van het Rijksmuseum is volgens haar vergelijkbaar:  we tonen de collectie en schenken daarbij aandacht aan de verschillende perspectieven van waaruit je naar de geschiedenis kunt kijken.

    Sint Nicolaas is positief over het bewustzijn en de betrokkenheid van de huidige studenten in deze thematiek. Zo gaat een studente Nederlands haar afstudeerscriptie schrijven over het terminologie-project en is er ook van de Reinwardt Academie veel interesse. Het gesprek is volgens Sint Nicolaas net zo belangrijk als  de theorie: “Je krijgt zo veel meer begrip voor elkaars situatie. Daar kan geen boek tegenop.”

    Oneindig veel perspectieven

    De tentoonstelling ‘Goede Hoop’ roept verschillende emoties op. Sommigen raken ontroerd en stil van de enorme quotes op de muren van de zalen, maar voor anderen gaan de teksten te ver. Het aankaarten van een onderwerp als slavernij blijft bijzonder lastig, zo getuigen de reacties van de bezoekers maar ook de verschillende brieven en commentaren die het Rijksmuseum krijgt. Het gebeurt meer dan eens dat het museum brieven krijgt waarin een bezorgde burger vraagt of het uitvoerig behandelen van het kolonialisme niet te veel het boetekleed aantrekken is.

    Het Rijksmuseum zoekt aansluiting bij  wat er in de samenleving leeft en gebeurt.” In het teken daarvan heeft het Rijksmuseum in 2020 een grote tentoonstelling gepland staan over de Nederlandse geschiedenis van de slavernij. Ook in deze tentoonstelling wil Sint Nicolaas de persoonlijke verhalen als leidraad nemen. “We willen geen traditionele tentoonstelling maken over een handelsorganisatie.

    Als je het verhaal vertelt van historische figuren, maak je de geschiedenis sneller toegankelijk en kun je makkelijker interesse en begrip opwekken voor het onderwerp” Ze voegt er wel aan toe dat er ook een praktische kant aan de zaak zit, namelijk dat er voorwerpen beschikbaar zijn om aan de hand daarvan de verhalen te vertellen.

    In de aanloop naar 2020 gaat het museum een denktank oprichten, om de plannen mee te bespreken en vragen voor te leggen  als “Moeten er naast aandacht voor de trans-Atlantische slavernij en de slavernij in Azië ook aandacht zijn voor christenen die als galleislaaf moesten dienen.” Zo blijkt de geschiedenis van de slavernij een veelkoppig monster waar het museum de strijd mee is aangegaan. 

    Sicco de Knecht