• A
  • A
  • Een gezicht naar buiten

    (foto: Alexas_fotos)

    (foto: Alexas_fotos)

    - Als het op internationaal optreden aankomt, opereert de Nederlandse kennissector nog te gefragmenteerd. De AWTI concludeert dat landen als Duitsland en Zwitserland hier een voorsprong hebben en pleit voor een gezamenlijke visie en €100 miljoen aan extra investeringen.

    Nederland kent in de HO-koepels, Neth-ER en Nuffic verscheidene organisaties die internationaal de belangen van wetenschap, technologie en innovatie behartigen, maar ondertussen ontbreekt een overkoepelende strategie of regie. De Adviesraad voor Wetenschap,Technologie en Innovatie (AWTI) heeft een studie uitgevoerd naar de rol van diplomatie in het vasthouden en versterken van de innovatie- en concurrentiekracht van Nederland.

    Diplomatie in vele vormen

    Volgens de AWTI zijn daarbij verschillende vormen van WTI-diplomatie te onderscheiden. Zo onderscheidt de AWTI diplomatie om banden met andere landen te onderhouden (WTI voor diplomatie), het gebruik van wetenschap in internationale samenwerkingsverbanden als het International Panel for Climate Change (WTI in diplomatie) en het gebruik van internationale samenwerking om bijvoorbeeld extra talent aan te trekken (diplomatie door WTI).

    “Samenwerking op het gebied van kennis/onderzoek [kan] een krachtig middel zijn om relaties tussen landen op te bouwen of in stand te houden,” ziet de AWTI. “Ook in de Nederlandse diplomatie heeft een herijking plaatsgevonden. Relevant is dat enkele jaren geleden gekozen is om sterker de focus te leggen op economische diplomatie, en daarmee op de ondersteuning van het Nederlandse bedrijfsleven om internationaal kansen te benutten.”

    Hoewel de kennissector in Nederland wel degelijk samenwerkt om internationaal kansen te benutten, is er volgens de AWTI te weinig sprake van een overkoepelende strategie. “In de praktijk opereren stakeholders als kennisinstellingen, regio’s of topsectoren geregeld op eigen houtje. Dat beperkt de effectiviteit van het internationaal optreden en de diplomatieke inzet.”

    Internationale voorbeelden

    In de studie ‘WTI-diplomatie’ wordt daarom gekeken hoe er in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland op dit punt gewerkt wordt. “Alle genoemde landen hebben een diplomatiek netwerk van 80 à 100 personen gericht op WTI. Veelal betreft het attachés die WTI in gezamenlijkheid oppakken en die zich inzetten op het verbinden van het WTI-veld en het scouten van de mogelijkheden. De grote landen kiezen ervoor om ook attachés aan te stellen die zich uitsluitend richten op wetenschap of op technologie en innovatie.”

    De AWTI constateert dat het Nederlandse instrumentarium op het punt van WTI-diplomatie te beperkt is. “Het netwerk van innovatie-attachés functioneert weliswaar goed, maar is bescheiden in omvang. Voor het aantrekken van talent kent Nederland nauwelijks beurzen van enige omvang voor studenten of onderzoekers. Voor bilaterale wetenschappelijke samenwerking bestaat slechts een bescheiden budget bij NWO en voor bilaterale innovatiesamenwerking is in het geheel geen budget meer.”

    Om er voor te zorgen dat Nederland ook in de toekomst in de Top 5 van meest concurrerende landen, doet de AWTI daarom een aantal aanbevelingen. Zo moet er een stuurgroep komen vanuit de ministeries van OCW, Economische Zaken en Buitenlandse Zaken die een gezamenlijk visie en een meerjarenplan voor internationalisering van wetenschap, technologie en innovatie gaat formuleren en moet er jaarlijks €100 miljoen vrijgemaakt worden voor het uitvoeren van deze strategie.

    “Deze strategie is de hoeksteen waarop kennisinstellingen, regio’s, koepelorganisaties en andere betrokkenen hun aanpak kunnen bouwen; daaraan is bij hen grote behoefte,” stelt de AWTI. “De strategie en het plan voor WTI-diplomatie [zorgt] bij stakeholders voor meer helderheid over de prioriteiten op nationaal niveau.”