• A
  • A
  • Onderwijs en werk gescheiden werelden

    (foto: Joint Forces Cyber Group)

    (foto: Joint Forces Cyber Group)

    - Mbo, hbo en wo zijn onvoldoende flexibel en responsief tegenover de leerbehoeften van volwassenen in Nederland. Het OECD-Skills Strategy Report voor Nederland laat zien dat de Nederlandse economie er weliswaar goed voor staat, maar dat overheid en onderwijs niet op de lauweren mogen rusten.

    “Nederland kent een sterke economie en een goede levensstandaard. Na een langdurige vertraging als gevolg van de wereldwijde economische crisis is de groei in Nederland weer aangewakkerd. Het bruto binnenlands product overschreed onlangs de piek van vóór de crisis,” begint de OECD zijn diagnoserapport van de Nederlandse arbeidsmarkt.

    Klaar voor de toekomst

    Die conclusie zou tevreden moeten stemmen, maar de OECD stelt dat Nederland die sterke positie in sterke mate te danken heeft aan in het verleden ondernomen beleid om een bevolking met goede vaardigheden te ontwikkelen. “Gezien de diepgaande economische en sociale transformatie die Nederland op dit moment doormaakt, zullen skills in de toekomst nog belangrijker worden voor succes.”

    Ontwikkelen als nanotechnologie, robotisering en digitalisering hebben grote invloed op de arbeidsmarkt. Volgens de OECD is het daarom voor Nederland zaak om een goede ‘skills strategie’ te ontwikkelen. “Skills zijn cruciaal voor het vermogen van Nederland en de Nederlanders om te gedijen in een almaar sterker geïnterconnecteerde en snel veranderende wereld.”

    De OECD heeft daarom voor Nederland drie prioriteiten geformuleerd om er voor te zorgen dat de Nederlandse arbeidsmarkt die ontwikkelingen kan bijbenen. Die prioriteiten richten zich met name op de mensen die inmiddels al aan het werk zijn.

    Bevorder de leercultuur in Nederland

    Zo constateert de OECD dat bij een grote groep volwassenen de basisskills nog op een te laag niveau zijn. “Nederland moet inspanningen leveren om ervoor te zorgen dat de skillsresultaten een betere afspiegeling geven van de mogelijkheden van het individu, en niet zozeer van diens persoonlijke omstandigheden.”

    Ten tweede moet er worden gezorgd voor werkplekken waar de ontwikkeling van het individu meer centraal staat. “Skills-intensieve werkplekken zijn vooral belangrijk wanneer men kansen wil creëren voor volwassenen om hun skills te benutten en verder te ontwikkelen, in het bijzonder waar het gaat over groepen die mogelijk achterlopen.”

    Tot slot stelt de OECD dat de leercultuur in Nederland bevorderd moet worden. “In een wereld waarin men niet alleen concurreert met almaar hoger opgeleide mensen in lageloonlanden, maar ook met almaar goedkopere arbeidsbesparende vormen van technologie, is het belangrijker dan ooit dat volwassenen zich inzetten voor de permanente verbetering van hun skills.”

    Met name bij dat laatste punt is een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs. Nederlandse volwassenen nemen weliswaar meer deel aan formeel en informeel leren dan de meeste collega’s in andere OECD-landen, maar in vergelijking met de best presterende landen valt er nog een wereld te winnen. Met name in Scandinavië, Australië en Nieuw-Zeeland wordt er op dit punt sterk gescoord.

    Meer focus op leven lang leren

    De OCED ziet dat Nederland een goed stelsel van middelbaar en hoger onderwijs kent, maar dat op het punt van leven lang leren en ‘tweedekansonderwijs’ het aanbod beperkt is. Er zijn “te weinig cursussen gericht op het bijscholen van de laagst geschoolden volwassenen, met inbegrip van etnische minderheden. Bovendien zijn die cursussen te weinig ambitieus, hebben ze vage doelstellingen en ontbreekt het aan passende budgetten en supervisie.”

    Volgens de OECD zijn zowel mbo, hbo als wo “onvoldoende flexibel en responsief tegenover de leerbehoeften van volwassenen in Nederland. Daarbij komt dat onderwijs en werk twee afzonderlijke, gescheiden werelden blijven.” Er moet derhalve meer gedaan worden om het gebruik van duale leerwegen te bevorderen.

    Omdat afgestudeerden van het hbo en wo steeds meer in trek zijn op de arbeidsmarkt zou de overheid volgens de OECD er daarnaast meer aan moeten doen om de deelname aan het hoger onderwijs te stimuleren. “De regering en sociale partners kunnen hun regelingen voor de financiering van de skills van volwassenen hervormen om grotere private investeringen in skillsontwikkeling aan te moedigen.”

    SER pakt de handschoen op

    Er liggen dus zowel voor overheid als onderwijs uitdagingen om tot een breed gedragen skills-strategie voor Nederland te komen. De OECD pleit daarom voor een nationaal akkoord of pact. Dit zou “de basis kunnen vormen voor de uitwerking van een skills-strategie voor Nederland, gebaseerd op collectieve verantwoordelijkheid en actie.”

    De SER heeft al besloten de handschoen tot het vormen van dit nationaal akkoord op te pakken en vraagt alle betrokkenen om tot een gezamenlijke actieagenda te komen om verdere uitwerking te geven aan de aanbevelingen uit het OECD-rapport. “Nu horen we het ook eens van anderen”, zegt SER-voorzitter Mariëtte Hamer. “We moeten nu echt aan de slag. De tijd van denken en schrijven is voorbij. Actie is geboden.”