• A
  • A
  • Studenten betalen kwaliteitsafspraken

    (Foto: Pexels)

    (Foto: Pexels)

    - “Er is een verdergaande cultuurverandering nodig in het hoger onderwijs waarbij de blik meer op de buitenwereld wordt gericht.” Commissie Van de Donk adviseert om bij nieuwe kwaliteitsafspraken, betaald uit het studievoorschot, de buitenwereld meer te betrekken en daarbij hoort ook een verticale en horizontale verantwoording.

    Vandaag verscheen het rapport, ‘Van afvinken naar aanvonken’, van de commissie Van de Donk. Die kreeg de opdracht van de ministerraad om de prestatieafspraken te evalueren. De commissie oordeelt positief over effectiviteit en de doelmatigheid vann de in 2012 gemaakte afspraken.

    Lees verder: het interview met commissievoorzitter Wim van de Donk.

    Daarnaast neemt de commissie de gelegenheid te baat om te adviseren over hoe nieuwe kwaliteitsafspraken vorm zouden moeten krijgen. De commissie wil dat het hoger onderwijs zich meer gaat richten op de buitenwereld zoals maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven dit moet ook vastgelegd worden in kwaliteitsafspraken

    Centrale sturing op visie

    De instellingsplannen die universiteiten en hogescholen om de vier jaar moeten maken gaan in de toekomst afgestemd worden op een landelijke strategie. Daardoor komen er geen individuele afspraken meer tussen instelling en OCW. Instellingen krijgen meer ruimte om invulling te geven aan de plannen en worden niet meer afgerekend met een malus-bonus. Wel wordt er gevraagd om een financiële verantwoording.

    De commissie adviseert een landelijke strategie ten aanzien van hoger onderwijs en onderzoek. “De samenhang en elkaar versterkende wisselwerking tussen onderwijs, onderzoek en valorisatie moeten worden verankerd in een stevige en langjarige visie op de ontwikkeling van het Nederlandse stelsel voor hoger onderwijs en onderzoek, als onderdeel van het onderwijsstelsel als geheel.”

    De landelijke visie moet volgens Commissie Van de Donk ook aansluiten op regionale behoeften en op een veranderende wereld: “Bij de totstandkoming van de landelijke visie is het van belang om aan te sluiten bij voorbeelden uit diverse regio’s in Nederland, zodat de daar bestaande dynamiek optimaal wordt benut. De visie moet verder rekening houden met (inter)nationale ontwikkelingen, een leven lang leren en de gevolgen van digitalisering, als ook een integrale kijk bieden op bestaand beleid voor wetenschap, topsectoren, valorisatie, innovatie en arbeidsmarkt.”

    De commissie constateert dat er veel landelijke beleidsplannen zijn en vraagt daarom om een bundeling. “Het is niet zozeer nodig om nieuw beleid te ontwikkelen; het gaat nadrukkelijk om een samenhangende benadering en het versterken van de onderlinge verbindingen van wat soms nogal verspreid is opgeschreven. Het kabinet bevordert een gezamenlijke visie met betrokkenen bij het hoger onderwijs, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Deze visie draagt bij aan een ambitieuze strategie voor de verdere ontwikkeling van ons land.”

    Bekostiging kost invloed

    Volgens de auteurs van het advies is het legitiem dat de overheid kaders stelt bij de bekostiging. “Uit het oogpunt van algemeen publiek belang is het legitiem dat de nationale overheid kaders opstelt voor de kwaliteitsprestatie die zij verwacht voor de aan hogescholen en universiteiten ter beschikking gestelde middelen. De overheidskaders horen generiek van aard te zijn, duidelijkheid op hoofdlijnen te scheppen en ruimte te laten voor diversiteit van instellingen.”

    Ook wordt het hoger onderwijs gewezen op de opdracht die zij hebben ten aanzien van de maatschappij. “Neem als hogeschool en universiteit de verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen en uitvoeren van de taken die een groot publiek belang dienen. Er is een verdergaande cultuurverandering nodig in het hoger onderwijs waarbij de blik meer op de buitenwereld wordt gericht. Een regelmatige zelfevaluatie door hogescholen en universiteiten is daarom hard nodig.”

    “Deze zelfevaluatie mondt uit in een waardengeoriënteerd instellingsplan met een missie, visie en strategie, mede gericht op de maatschappelijke impact van de betreffende instelling. Ook draagt een periodieke en grondige evaluatie bij aan een bewust zelfbesef en daarmee aan een actieve en open verhouding tot de buitenwereld, bijvoorbeeld in periodiek gesprek met stakeholders.”

    Investeren vanuit het leenstelsel

    In het akkoord over het studievoorschot is afgesproken dat de vrijgekomen middelen worden geïnvesteerd in het hoger onderwijs. Destijds was er al sprake van dat deze middelen onder andere zouden worden geïnvesteerd via kwaliteitsafspraken, wat al tot discussie leidde tussen de politiek en de bonden en koepels.

    De Evaluatiecommissie stelt voor om de oplopende middelen die vrijkomen als gevolg van het studievoorschot in te zetten voor nieuwe kwaliteitsafspraken: “Hiermee wordt geen nieuw geld in een bestaand systeem gestopt en is duidelijk aan welke doeleinden de middelen moeten worden besteed: het verbeteren van de onderwijskwaliteit (‘kwaliteitsbekostiging’).”  

    Dit is anders dan bij de prestatieafspraken, die vanuit de lumpsum werden gefinancierd, iets dat de commissie wil voorkomen: “De in de begroting van OCW opgenomen structurele middelen voor de Prestatiebox moeten niet terugvloeien in de lumpsum maar gecontinueerd en afgebakend worden voor het realiseren van de doelstellingen voor de missie van de instelling.”

    Ook middelen die vrijkomen bovenop het studievoorschot moeten volgens de commissie door een nieuw kabinet worden vrijgespeeld voor dit type bekostiging: “De Evaluatiecommissie ondersteunt de huidige politieke discussie over het beschikbaar stellen van aanvullende middelen voor het hoger onderwijs en onderzoek. Wel doet de Evaluatiecommissie hierbij de aanbeveling om deze aanvullende middelen besteedbaar te maken binnen het door de Evaluatiecommissie voorgestelde kader voor kwaliteits- en missiebekostiging.”

    De commissie breekt ook met het apart belonen van studiesucces, profilering en valorisatie. Het dient voortaan als een geheel benaderd te worden. Waar bij de prestatieafspraken de bekostiging nog voor 5% op basis van studiesucces, en 2% op basis van profilering en valorisatie wil de Evaluatiecommissie ditmaal met een totaalpakket werken.

    “Indachtig de samenhang en de elkaar versterkende wisselwerking tussen onderwijs en onderzoek is het noodzakelijk de bestaande inrichting van de huidige geldstromen meer in samenhang te brengen.” Zo stelt het rapport, waarmee de commissie ook de gelegenheid schept om de middelen uit kwaliteitsbekostiging breder aan te wenden, voor bijvoorbeeld onderzoek. 

    Horizontale en verticale verantwoording

    De Evaluatiecommissie ziet niets in het voorstel van de koepels om verantwoording louter op en tussen de instellingen plaats te laten vinden: ”Met het inrichten van alleen een horizontale sturingsrelatie en verantwoordingsstructuur […] kan volgens de commissie niet worden volstaan. De centrale overheid draagt immers een legitieme stelselverantwoordelijkheid waarmee invulling moet worden gegeven aan de verticale sturingslijn.”

    Om toe te zien op de profilering stelt de Evaluatiecommissie voor om de Reviewcommissie om te vormen en een permanent karakter te geven: “Het hoger onderwijs verdient een monitorend orgaan op stelselniveau dat de afzonderlijke instellingen stimuleert hun eigen doelstellingen te realiseren én oog te hebben voor het stelsel voor hoger onderwijs en onderzoek als geheel. Die regierol kan worden ingevuld door de instelling van de permanente commissie Kwaliteit en Innovatie Hogeronderwijsstelsel (commissie KIHOS).”

    Deze commissie “is onafhankelijk en bestaat uit gezaghebbende personen afkomstig uit het onderwijs, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.” De leden zullen worden voorgedragen door verschillende betrokken partijen en “functioneren zonder last of ruggespraak.”

    Inspelen op de formatie

    Tot slot zegt de commissie dat er haast geboden is: “De Evaluatiecommissie beveelt aan om snel na de start van een nieuw kabinet een dialoog te organiseren. Aan deze dialoog nemen alle betrokkenen bij het hoger onderwijs deel, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Doel van de dialoog is te komen tot een gezamenlijke consensus over een houtskoolschets van het nieuwe kabinet voor een strategische visie op het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek.”

    Wilt u altijd op de hoogte zijn van het laatste nieuws uit de kennissector? Schrijf u dan in voor de ScienceGuide Nieuwsbrief.