• A
  • A
  • De lange weg van de prestatieafspraken

    (Foto: allmikesphotos)

    (Foto: allmikesphotos)

    - Om uitvoering te geven aan adviezen uit het rapport-Veerman werd begin 2012 een start gemaakt met de prestatieafspraken. Nu, ruim vijf jaar later, wordt de komst van het rapport van de Commissie Van de Donk met argusogen bekeken. Wat is er in die vijf jaar allemaal gebeurd?

    “Ingrijpend en inspirerend,” zo noemde OCW-minister Marja van Bijsterveldt het rapport-Veerman in 2010. Hogere kwaliteit, meer profilering door universiteiten en hogescholen, en meer differentiatie in het onderwijs, dat waren de drie kernboodschappen uit het advies. Om dat te bewerkstelligen werd door Veerman en de zijnen gepleit voor een wijziging in de bekostiging: minder op ruwe aantallen studenten en meer op prestaties die instellingen leverden.

    Lees verder: de samenvatting van het rapport-Veerman 'Differentieren in drievoud'.

    Tot een drastische wijziging in de bekostiging kwam het niet, – instellingen krijgen nog altijd een vast bedrag gebaseerd op eerstejaars instroom en behaalde diploma’s – maar inmiddels wordt er wel geëxperimenteerd met prestatiebekostiging.

    Die prestatieafspraken die in het najaar van 2016 afliepen werden al in 2012 gemaakt door Halbe Zijlstra die als staatssecretaris bij OCW belast was met het hoger onderwijs. Hij maakte op de valreep van kabinet Rutte I afspraken over studiesucces, onderwijskwaliteit en profilering met hogescholen en universiteiten en stelde de Review Commissie Hoger Onderwijs (RCHO, Reviewcommissie) in die deze afspraken en de uitvoering ervan moest gaan evalueren.

    Voorzitter van die commissie werd Frans van Vught. De oud-rector van de UTwente moest samen met Olchert Brouwer, Henriëtte Maassen van den Brink en Arie Nieuwenhuizen Kruseman toezien op het proces en verslag uitbrengen aan het ministerie van OCW over de voortgang. 

    Een omstreden initiatief

    Op echt veel enthousiasme uit de sector zelf hebben de prestatieafspraken vanaf dag één al niet echt kunnen rekenen. Al bij haar afscheid in 2011 van wat toen nog de HBO-raad heette hekelde Guusje ter Horst de afrekencultuur die zou gaan ontstaan in het hoger onderwijs. “We gaan elkaar kapot regelen in plaats van vertrouwen te ontwikkelen. Daar moeten we een groot kruis door halen!”

    De Reviewcommissie ging niettemin met de plannen van OCW aan de slag en in het najaar kwam zij met een grondige analyse van de door hogescholen en universiteiten opgestelde plannen. Onder meer de HAN, Hanzehogeschool en Universiteit Utrecht werden geroemd om de goed geformuleerde en coherente plannen die zij formuleerden. Over de Amsterdamse universiteiten en de collega in Tilburg waren Van Vught cum suis een stuk minder lovend.

    Over de gehele linie noemde Van Vught de oogst van de gemaakte afspraken ‘veelbelovend’: “Iedereen is nu concreet in zijn ambities. Dat zie je in de punten als het hogere bachelorrendement, de tenminste 12 contacturen bij alle instellingen en het feit dat nu bijna alle docenten over een BKO-graad voor het onderwijs zullen moeten gaan beschikken.” Op het gebied van profilering mochten de instellingen van de Review Commissie nog wel iets krachtiger keuzes maken.

    Terwijl universiteiten en hogescholen aan de slag gingen met het waarmaken van hun beloftes, waren er voor Halbe Zijlstra nog wel wat glooien plat te strijken. Zo was zelfs zijn eigen partij in maart 2012 niet bepaald te spreken over de plannen van OCW. "Nogal ingewikkeld allemaal, kan dit niet simpeler van opzet en invulling?" vroeg VVD-Kamerlid Anne Wil Lucas dan ook.

    Ook juridisch zaten er nogal wat haken en ogen aan de ambitieuze plannen van OCW. In de zomer van 2012 constateerde Raad van State dat de sterk sturende rol van de Reviewcommissie wel eens in strijd zou kunnen zijn met wet en Grondwet. Een tegenvaller voor OCW en Halbe Zijlstra aan het eind van hun termijn en met de verkiezingen in september in aantocht. 

    Een lastige erfenis voor Bussemaker

    De verkiezingen van september 2012 liepen uit op een tweestrijd tussen Diederik Samsom en Mark Rutte hetgeen de twee kemphanen direct tot elkaar veroordeelde in de formatie. Halbe Zijlstra werd fractievoorzitter voor de VVD en aan kersvers OCW-minister Jet Bussemaker de schone taak om het hobbelige pad van de prestatieafspraken te vervolgen.

    De prestatieafspraken zijn een experiment lopend van 2012 tot 2015. De onderwijsinstellingen maken afspraken met Bussemaker en als deze gehaald worden wordt hen extra geld in het verschiet gesteld. Zeven procent van het bestaande onderwijsbudget werd er hiervoor nog gereserveerd door staatssecretaris Halbe Zijlstra.

    Voor hogescholen en universiteiten zat er niets anders op dan uitvoering te gaan geven aan de gestelde ambities. Zo worden zwaartepunten in onderwijs en onderzoeken geformuleerd en ontstaan in het hbo Centers of Expertise, innovatiecentra waar studenten, docenten, onderzoekers en bedrijfsleven samenwerken aan toegepast onderzoek.

    In 2013 blijkt uit een rondgang van de studentenbonden dat het nog niet zo’n vaart loopt met het uitvoeren van de prestatieafspraken. Er is wel een aantal hogescholen bezig met het ontwikkelen van Centers of Expertise, maar de student merkt er nog weinig van. ISO en LSVb hebben bovendien kritiek op de rendementscijfers. Die zullen door de prestatieafspraken weliswaar omhoog gaan, maar of dit ook de kwaliteit ten goed  komt, is volgens hen maar de vraag.

    Een jaar later, in 2014, is het aan de Reviewcommissie zelf om haar tussenrapportage uit te brengen. Het beeld is positief: “het gehele, intensieve, midtermreview proces overziend, constateert de commissie dat de prestatieafspraken een nieuwe impuls hebben gegeven aan de profilering van het hoger onderwijs en onderzoek,” schrijft de commissie.

    Aandachtspunten zijn er wel. Zo blijkt dan al dat de doorwerking van de Centers of Expertise op het onderwijs nog te beperkt is. Bovendien waarschuwt de Reviewcommissie de hogescholen die in 2012 wat al te optimistisch zijn geweest bij het stellen van doelen op het gebied van het studiesucces, iets wat hen later op zal breken: “Voor de hogescholen die zeer ambitieuze doelen hebben gesteld en daarvoor in 2012 beloond zijn, blijft gelden dat zij goed beargumenteerd en met bewijskracht dienen aan te tonen waarom zij – als dat het geval blijkt te zijn - de gestelde doelen niet hebben kunnen behalen.”

    Minister Bussemaker reageert begin 2015 verheugd op de tussenrapportage van Van Vught en zijn collega’s. Alle instellingen worden door de Review Commissie Hoger Onderwijs positief beoordeeld en dus kan de minister bekendmaken dat alle instellingen hun budget voor 2015 en 2016 wat betreft profilering behouden.

    De prijzen worden aan de finish verdeeld

    En dan komt de eindafrekening. In oktober 2016 maakt de Reviewcommissie de balans op. Alle universiteiten worden positief beoordeeld, maar bij de hogescholen gaan Fontys, Inholland, Hogeschool Leiden, NHL, Hogeschool Rotterdam en Vilentum Agrarische Hogeschool onderuit. Met name op het punt van studiesucces worden de ambitieuze doelen van 2012 niet behaald.

    Vrijwel onmiddellijk breekt er protest uit. In Rotterdam en Leiden en bij hogeschool Inholland vinden ze dat ze onevenredig hard gepakt worden voor scherp geformuleerde doelen die verwezenlijkt moesten worden in een Randstedelijke context die niet door de Review Commissie onderkend wordt. 

    “Wij zien niet dat de Reviewcommissie deze omstandigheden een plek geeft in haar oordeel. Het Randstedelijke karakter van onze hogeschool wordt door de Reviewcommissie ontkend, de voortdurende groei speelt in het oordeel van de Reviewcommissie geen rol en de verdubbeling van het aantal langstudeerders wordt door de Reviewcommissie terzijde geschoven,” schrijft de Hogeschool Leiden.

    Ook hogescholen die wel aan de afspraken voldoen spreken hun afkeuring uit over het eindrapport van Van Vught en de zijnen. Zij worden daarin gesteund door de Vereniging Hogescholen. (VH) “De financiële korting die de minister vandaag bekend heeft gemaakt stelt ons teleur”, zegt Thom de Graaf, voorzitter van de Vereniging Hogescholen: “We sluiten dit hoofdstuk nu met een onbevredigd gevoel af maar richten ons op een toekomst van horizontale regionale verantwoording.”

    Frans van Vught zelf waakt in gesprek met ScienceGuide voor al te veel rendementsdenken en wil niet dat hogescholen zich blindstaren op de resultaten. “Ik kan niet genoeg benadrukken hoe fraai het is dat er een enorme kwaliteitsslag is gemaakt. Dat blijft de belangrijkste boodschap. De onderwijskwaliteit is door de prestatieafspraken gestegen, ook als prioriteit bij de instellingen.”

    Lees verder: het interview met Frans van Vught over de prestatieafspraken.

    De drie commissies

    Het wordt duidelijk dat zowel de hogescholen als universiteiten van meet af aan niet blij zijn geweest met de prestatieafspraken. Voor de VH is het traject zelfs reden om, in navolging van de Reviewcommissie, een eigen commissie in te stellen om de resultaten te evalueren. De commissie onder leiding van Arie Slob adviseert begin 2017 dat onderwijsinstellingen zelf kwaliteitsafspraken moet kunnen maken met stakeholders in de regio. Geen landelijke regie, geen afrekening, maar een horizontale dialoog.

    De ministerraad heeft zelf ondertussen ook al een commissie ingesteld om de prestatieafspraken te evalueren. Commissaris van de Koning in Noord-Brabant Wim van de Donk wordt aangewezen om dat proces te begeleiden. In december licht hij tegen ScienceGuide al een tipje van de sluier. Hij schetst een positiever beeld over de ontvangst van de prestatieafspraken.

    “Er zijn nu al instellingen die zeggen dat het voor hen enorm behulpzaam is geweest om even op scherp te worden gezet om doelen te formuleren. De vraag is of het een proces is dat verder in de organisatie ook een beweging teweeg heeft gebracht,” vertelt Van de Donk. Om de verkiezingen niet in de weg te zitten wordt besloten de presentatie van het rapport van Van de Donk uit te stellen. Nu ligt er dan eindelijk een rapport met verstrekkende gevolgen voor de hele hoger onderwijs sector.

    Lees verder: het interview van vandaag met Wim van de Donk.

    Kort geleden werd duidelijk dat de bonden en de koepels zich al voorbereidden op de aanbevelingen van Van de Donk. ScienceGuide berichtte over het pact dat VSNU, VH, ISO en LSVb gesloten hebben tegen nieuwe kwaliteitsafspraken en verticale verantwoording. De timing van het rapport van Van de Donk ontziet dan wel de verkiezingen, maar zal de gemoederen aan de formatietafel vast en zeker flink op laten lopen. 

    Tim Cardol

    Wilt u altijd op de hoogte zijn van het laatste nieuws uit de kennissector? Schrijf u dan in voor de ScienceGuide Nieuwsbrief.