• A
  • A
  • Zo disrupt Rotterdam de hbo-opleiding

    (foto: Ramiro Ramirez)

    (foto: Ramiro Ramirez)

    - Een hbo-opleiding zonder vakken en zonder cijfers. De NVAO is ermee akkoord en volgens Robert Bouwhuis van de Hogeschool Rotterdam is het dé opleiding van de toekomst. “Studenten willen niet een opleiding waar ze verplicht jaren aan vastzitten.”

    Het enthousiasme waarmee Bouwhuis, ‎manager Onderwijskwaliteit en innovatie aan de Hogeschool Rotterdam, vertelt is aanstekelijk. En zijn geestdrift is te begrijpen als je bedenkt dat het project waaraan hij werkt enkele grote onderwijsvernieuwingen bevat.

    Opgeknipte opleiding 

    De RBS Career Academy, waarin de economische deeltijdopleidingen nieuwe stijl worden ontwikkeld, kreeg enkele weken geleden groen licht van de NVAO en gaat vanaf september draaien. De manier waarop kennis en vaardigheden worden geleerd én gemeten is heel anders dan bij reguliere opleidingen en maakt deel uit van de pilot flexibilisering leeruitkomsten van OCW. Hierin mogen opleidingen eenheden van leeruitkomsten vaststellen, waarin wordt vastgelegd wat studenten moeten kennen en kunnen, maar niet hoe het bijbehorende programma eruit moet zien.

    De Economie-opleiding is opgeknipt in acht, volledig op zichzelf staande blokken van 30 studiepunten die ook als los onderdeel kunnen worden gevolgd én gecertificeerd. “We werken net als alle opleidingen op basis van het landelijke opleidingsprofiel”, legt Bouwhuis uit. “Dat vertaalt zich in reguliere opleidingen in vakken, maar die hebben wij afgeschaft. Per blok stellen wij een bepaalde vraag centraal, bijvoorbeeld omtrent ondernemerschap of ‘hoe organiseren we dat we doen wat we beloven?’ en daar worden dan docenten van verschillende vakgebieden bij betrokken.” 

    Die vrijheid biedt het opleidingsprofiel, aangezien dat tamelijk abstract is omschreven en geen vakken verplicht. Elk blok is interprofessioneel en dat is beter dan de traditionele manier van inrichting vindt Bouwhuis. “The body of knowledge is dood. Het aanleren van de vijf C’s, of de acht O’s, daar gaat het uiteindelijk niet om. Het gaat erom wat eronder ligt, wat je ermee kunt. We gaan geen grammatica- en spellingstoetsen met instinkers geven, maar uiteraard beoordelen we wel of een tekst er fatsoenlijk uitziet. Is de verantwoording van de bronnen op orde? Dat toetsen we niet één keer bij een bepaald vak, maar bij elke opdracht die wordt ingeleverd. We toetsen op een hoger abstractieniveau.”

    Inspelen op flexibilisering

    De nieuwe opleiding is een antwoord op verschillende vraagstukken waar het hoger onderwijs momenteel mee worstelt. Ten eerste is de nieuwe opleiding een deeltijdopleiding. De instroom voor die opleidingen is de laatste jaren sterk afgenomen en om die trend te keren moet het onderwijs beter aansluiten op de wensen van studenten en het werkveld. “Studenten willen niet een opleiding waar ze verplicht jaren aan vastzitten. Ook bedrijven vinden het fijn als personeel een blok van een half jaar kan volgen van een door de NVAO geaccrediteerde opleiding. Wij verhouden ons tot allerlei criteria, er is een examencommissie die ons ondervraagd en ook de onderwijsinspectie kijkt mee.”

    Bovendien past de opleiding in de trend van flexibilisering. Aan het Leven Lang Leren-concept wordt grote waarde gehecht, maar de invulling van opleidingen sluit hier momenteel niet goed op aan: aan het eind van een vierjarige bachelor wordt er één diploma uitgereikt. Door daarnaast ook een certificering te geven voor delen van opleidingen speelt Bouwhuis op de trend in.

    “Bij ons studeer je acht keer af. Zo’n blok is veel intensiever dan reguliere vakken, het is eigenlijk steeds een afstudeertraject. We gaan uit van de wil om te leren en dat je daarvoor hard werkt.” Een belangrijk onderdeel van de opleiding is dat er in elk blok veel praktijkopdrachten zitten. De enige toelatingseis is dan ook dat de student een werk- of stageplek heeft waarbij men hieraan meewerkt. “We stellen onszelf daarmee de plicht om relevant te zijn. We zijn een beroepsopleiding, dus we moeten relevant zijn. Anders hebben we geen bestaansrecht.”

    Op dat punt ziet Bouwhuis een grote uitdaging voor het hoger onderwijs de komende jaren. “Voor het overbrengen van platte kennis nemen de Lynda.com’s het van het reguliere onderwijs over. Wij moeten naar een blended omgeving met veel praktijk en high impact learning, daar ligt onze toegevoegde waarde.” Volgens Bouwhuis is dit dus niet alleen de toekomst van deeltijdopleidingen, maar kan dit model op termijn ook voor voltijdsopleidingen worden gebruikt. “De pilot wordt in 2021 geëvalueerd en in de brief van de minister staat dat dit ook in het licht van reguliere voltijdopleidingen moet worden bekeken.” 

    In de praktijk betekent dat in de nieuwe opleiding vakdocenten niet meer hun eigen vak beoordelen, maar gezamenlijk beslissen of de student een blok van 30 punten heeft gehaald of niet. “Als de medezeggenschapsraad akkoord gaat willen we ook af van het cijfersysteem, naar een systeem waarin we drie beoordelingen geven: je bent bekwaam, niet bekwaam, of je bent een expert”, licht Bouwhuis toe. “Geen genadezesjes meer, maar een systeem dat beter aansluit bij het landelijk onderwijsprofiel en wat het werkveld vraagt.” 

    Doodeng, maar de moeite waard

    De nieuwe beoordelingssystematiek betekent overigens niet dat de opleiding niet meer te vergelijken is met reguliere opleidingen. “We gebruiken per blok een NLQF niveau. We streven ernaar de meeste blokken op niveau 6 te krijgen, zodat het ook voor mensen met een afgeronde HBO-opleiding interessant is”, licht Bouwhuis toe.

    Bij de invoering van de nieuwe opleiding loopt hij wel tegen praktische problemen op rondom wet- en regelgeving. Die is nog niet ingericht op deze manier van onderwijs aanbieden. Zo is de hogeschool officieel verplicht om na twee jaar een BSA af te geven aan studenten die in die periode geen 60 studiepunten (oftewel: twee blokken) hebben afgerond. Dit staat haaks op de flexibilisering die wordt nagestreefd met deze nieuwe indeling en deelcertificeringen, waarbij het idee juist is dat studenten de blokken volgen op momenten dat het hen uitkomt.

    Ook kan iedereen, ongeacht studieachtergrond, deelnemen aan de cursusblokken en daar certificeringen voor krijgen. Voor het behalen van een diploma (na acht blokken) moet je echter wél over de wettelijk voorgeschreven vooropleiding beschikken. Wie dat niet heeft, maar wel alle onderdelen van de opleiding heeft afgerond, krijgt toch geen diploma. 

    Als de opleiding in september van dit jaar gaat lopen zal het dus pionieren zijn en een traject van vallen en opstaan, onderkent ook Bouwhuis. De rol van docenten verandert, werkgevers spelen een belangrijke rol en er is simpelweg geen precedent. “We vinden het allemaal doodeng, maar ook de moeite waard. Dit wordt de toekomst, daar ben ik van overtuigd.”

    UPDATE:

    Het artikel “Zo disrupt Rotterdam de hbo-opleiding” heeft bij een deel van de lezers tot verwarring geleid. Op dit moment is het nog niet mogelijk voor studenten om zich bij de Hogeschool Rotterdam voor een afzonderlijke onderwijseenheid van een half jaar in te schrijven. Studenten schrijven zich in voor een opleiding of heel studiejaar. Inschrijving voor een half jaar is niet mogelijk binnen de kaders van het experiment flexibilisering leeruitkomsten. Het project van Hogeschool Rotterdam voldoet aan alle door de NVAO gestelde eisen binnen de pilot flexibilisering leeruitkomsten.