• A
  • A
  • Na- en bijscholing nu ook in het hoger onderwijs

    (foto: Denise Krebs)

    (foto: Denise Krebs)

    - “Nu de professionalisering van docenten in het PO, VO en MBO geregeld wordt, wordt het tijd deze discussie ook voor het hoger onderwijs te starten.” Het lerarenregister heeft een meerderheid in de Eerste Kamer. VVD-senator Jan Anthonie Bruijn wil deze discussie nu ook in het hoger onderwijs.

    Gisteren was er een debat in de Eerste Kamer over het lerarenregister. Hoewel er kritiek was vanuit de Senaat lijkt het wetsvoorstel te kunnen rekenen op een ruime Kamermeerderheid. Daardoor krijgen leraren vanaf 1 augustus 2018 een beroepsregister en zullen alle docenten uit het PO, VO en MBO geregistreerd worden in een register. Deze docenten zullen hun bekwaamheidsonderhoud elke vier jaar moeten aantonen om leraar te kunnen blijven.

    Senator Jan Anthonie Bruijn wil nu doorpakken en wil ook dat docenten en bestuurders in het hoger onderwijs serieus werk gaan maken van bij- en nascholing. Natuurlijk zijn zij vakinhoudelijk meestal goed up-to-date, maar professionalisering gaat ook over zaken als zelfevaluatie en didaktiek.

    Net als je pabo-diploma

    Bruijn, zelf docent en toezichthouder in het HO, geeft aan dat hij gisteren tijdens de behandeling van de wet voor het lerarenregister gevraagd heeft aan de regering om ook te kijken naar de professionalisering van docenten in het ho. “Ik heb aan de regering gevraagd: waarom gaan we dit niet in het ho doen?”

    “Als er ergens veel ongeschoolde docenten rondlopen dan is het wel in het hoger onderwijs. Daar werken we dan nu wel met een Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) en Senior Kwalificatie Onderwijs (SKO), dat je zou kunnen zien als een lerarendiploma van de pabo. Dat is een initiële bevoegdheid en een manier om docenten in het hoger onderwijs te kwalificeren. Echter een SKO haal je één keer in je leven, net als je pabo-diploma. De vraag is wat ga je daarna aan het onderhoud doen?”

    Daarom moet men professionalisering in de hele onderwijskolom stimuleren volgens Bruijn. “Dat hele proces van bijscholing moet je daarom eigenlijk breder aanvliegen. Je moet naar het totale overzicht kijken: wat gebeurt er nu allemaal aan professionalisering in het onderwijs van po tot wo? Dan gaat het om vier groepen, namelijk: docenten, schoolleiders, bestuurders en toezichthouders.”

    Geen nieuwe discussie

    Volgens het liberale Senaatslid is deze discussie over bekwaamheidsonderhoud niet nieuw. “Dit hele denken is begonnen in 2009, naar aanleiding van het rapport: ‘landelijk platform beroepen in het onderwijs’, van Hubert Coonen. Die heeft toen al gepleit voor een kwalificatiestructuur van docenten en bestuurders in het hele onderwijs. Dat was op verzoek van toenmalig staatssecretaris van onderwijs Marja van Bijsterveldt.

    “Coonen heeft toen gezegd: ‘je moet naar een kwalificatiestructuur van al die vier lagen in het onderwijs.’ Je kunt je nu afvragen: waar staan wij op dit moment? Hebben wij daar nu vorm aan gegeven en doen we dat ook bottom-up?’ Als je kijkt naar de docenten, zien we dat we het in het PO, VO en MBO nu geregeld hebben met dit wetsvoorstel. Daar is het heel belangrijk bij dat dit register een instrument waarbij de beroepsgroep zelf de verantwoordelijkheid heeft om het vorm te geven. Het enige wat dit wetsvoorstel regelt is dat het ook gebeurt. Dat is een hele belangrijke nuance in dit debat. Dit is dus niet een top-down instrument, dit wetsvoorstel is alleen een stok achter de deur om te zorgen dat er geen achterblijvers zijn.”

    Zelf oppakken

    Nu er een lerarenregister komt in het PO, VO en MBO wil dat nog niet zeggen dat dit ook meteen ingevoerd moet worden in het ho, zo nuanceert Bruijn. “Ik pleit er niet voor om een lerarenregister in het hoger onderwijs te introduceren, maar ik pleit er alleen voor dat docenten in het hoger onderwijs deze professionalisering zelf oppakken. Dit in het verlengde van de initiële scholing zoals we die de afgelopen jaren in het ho hebben gezien en voor een enorme heeft swing gezorgd. Dat moet dus Bottom-up gebeuren met veel keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid, dat is ook de essentie van het lerarenregister.”

    Maar daar houdt het niet op volgens Jan Anthonie Bruijn en hij gebruikt daarbij een metafoor uit de denksport. “Het is als een schaakbord, dit moet ook gelden voor een schoolleiders en bestuurders in het PO, VO, MBO en HO. Als je op één vlak van het schaakbord zegt: ‘dit is een goed concept’, dan is het heel moeilijk om een argument te hebben dat dit op een ander deel van het schaakbord geen goed idee zou zijn. Die bijscholingsbehoefte is er voor iedereen in het onderwijs, de docenten, schoolleiders, bestuurders en de toezichthouders, ook al verschilt de invulling natuurlijk wel tussen de sectoren.”

    Wanneer gaan we dat ook borgen?

    Bruijn wijst op het schoolleidersregister dat in het PO en het VO goed loopt. Hier blijft het MBO echter nog achter. Ook bij de toezichthouders ziet Bruijn al positieve ontwikkelingen. “De VTOI de vereniging van toezichthouders in onderwijsinstellingen is al bezig met scholing van toezichthouders. De vraag is wanneer gaan we dat ook borgen? Wanneer gaan we daar een kwalificatiestructuur van maken zoals Coonen oorspronkelijk voorstelde?”

    Of dat dit allemaal wettelijk geregeld moet worden daar twijfelt Bruijn nog aan. “Of dat het bij wet geregeld moet worden dat is niet zozeer mijn issue, dat zou je nader moeten bekijken. Wij moeten die bijscholing wel met z’n allen doen. Ik heb daar in de Kamer vragen over gesteld. De staatssecretaris heeft gisteren in antwoord  daarop aangekondigd dat de regering een verkenning zal uitvoeren naar professionalisering van docenten in het HO.”

    “Naar aanleiding van mijn eerdere vraag aan de minister over professionalisering van bestuurders en toezichthouders heeft zij toegezegd daarover met het veld te gaan spreken en hierover vervolgens met een brief te komen. Ik vind dat positieve eerste stappen. Maar het belangrijkst is dat wij het als veld zelf oppakken.  ”

    Volledige steun

    “Dus we moeten nu doorpakken. Kijk wat er in de zorg gebeurt, waar men doet aan zelfreflectie, 360 graden feedback, ontwikkelplannen en diepgaande gesprekken over goed toezicht en bestuur. Thom de Graaf deed laatst ook die oproep en dat vind ik heel goed. Hij is voorzitter van die accreditatiecommissie die bestuurders accrediteert in de zorg. De nuance die hij geeft is dat het een zelf ontwikkelingssysteem is met een breed assortiment aan evaluatiecriteria. Dat pleidooi van hem steun ik ten volle.”

    De overheid daarbij betrekken is de VVD-senator pas een laatste optie. “Natuurlijk moet de regering en visie hebben en die heb ik nu gevraagd. Maar het enige wat wij met elkaar moeten afspreken,  - daar heb je de overheid niet voor nodig - is dat op een geven moment iedereen er ook aan meedoet. Daar heb je uiteindelijk wel een bepaling voor nodig, zodat dat de vrijblijvendheid eraf gaat. Er komt wel een moment dat wij zeggen: ‘wij willen dat de achterblijvers meedoen.’ Dan moet je aan de overheid vragen om dat te regelen, anders kun je het niet afdwingen. Maar dat is natuurlijk een last resort.”

    Frans van Heest