• A
  • A
  • Kees schrijft Jet: wat is studiesucces?

    - Een nieuwe brief van Kees Boele (HAN) aan collegabestuurder Jet de Ranitz (Inholland). Dit maal staat de worsteling rond het begrip studiesucces centraal. "Ik denk steeds vaker dat ons bestuurlijke praten over ‘studiesucces’ veel druk legt op studenten."

    U leest de brief van Kees Boele aan Jet de Ranitz hier

    Arnhem, 9 februari 2017

    Beste Jet,

    Leuk om de metafoor van de choreograaf te overdenken. Die is ook heel mooi. Ondertussen kreeg ik van een HAN-collega ook een interessante reactie op onze correspondentie: volgens haar is de metafoor van de algemeen directeur van het orkest toch nog weer passender. Enfin, hoe dit ook zij, om met een Franse filosoof te spreken: het symbool of de metafoor geeft te denken, niet meer en niet minder. En dat deed in het deze gevallen in elk geval zeker. Ik hoop dat onze beide orkesten annex dansgezelschappen dit jaar veel succes hebben.

    De term ‘succes’ resoneert bij jou natuurlijk onmiddellijk. Want dan denken we meteen aan de prestatie-indicator ‘studiesucces’. Die kwam vanmiddag (ik schrijf deze column na afloop van de Algemene Vergadering van de VH) ook zijdelings weer langs, toen we spraken over de vraag hoe het nu verder moet met het fenomeen prestatieafspraak (mede naar aanleiding van het advies-Slob).

    In december jongstleden vond het afsluitende VH-congres over ‘kwaliteit en studiesucces’ plaats ten huize van de HAN. Ter voorbereiding op mijn openingswoordje heb ik toen wat zitten mediteren over dat woord ‘studiesucces’. De uitkomsten van die meditatie wil eens aan jou voorleggen.

    Ik denk dan eerst even aan die afstudeerstudent die ik ooit begeleidde. Toen ik mijn eerste kennismaking met hem had vertelde hij me dat hij nogal soepel door de studie was gerold. Eigenlijk vond hij het te weinig uitdagend. Dus: goed voor de succes-prestatie-indicator, maar is dit studiesucces zoals het bedoeld is? Vervolgens bleek tijdens het afstudeeronderzoek dat hij de ‘onderzoeksleerlijn’ weliswaar met goed gevolg had doorlopen, maar dat de onderzoeksvaardigheid als zodanig niet echt was geïncorporeerd in zijn denken en handelingsrepertoire.

    Ik merkte dat hij bijvoorbeeld wel de begrippen validiteit en representativiteit had geleerd, maar echte betekenis hadden ze voor hem en zijn afstudeeropdracht niet gekregen. Ook hier dus weer: met succes de onderzoeksleerlijn doorlopen en dus goed voor de indicator, maar is het studiesucces? Tegen het eind van het afstudeertraject ging het mis: het concept was al niet zo heel sterk, je merkte dat de ‘flow’ eruit was bij die jongen, de klad kwam er een beetje in.

    Ik dacht dat het laksheid was. Veel later kwam de aap uit de mouw: problemen thuis. Hij vond het moeilijk om erover te praten. Uiteindelijk is hij toch geslaagd. Dat was dan weer slecht voor de studiesucces-indicator. Maar als deze jongen ondanks die forse problematiek uiteindelijk toch op de eindstreep haalt met een goed rapport, dan is dat toch ook succes?

    Kortom, wat is eigenlijk studiesucces? Is succes = hoog tempo (‘studierendement’)? Is de meer persoonlijke term ‘studentsucces’ misschien beter? Daarom spreken sommigen binnen de HAN graag over ‘Student Performance’. Maar dan nog: wanneer ben je als student, als mens ‘succesvol’? Als je veel en snel ‘performt’? Ik wil maar zeggen: wat is je beoordelingskader? Vanuit welke waarden of doelen kijk je naar ‘succes’? En wie bepaalt het? De student zelf? Zijn of haar ouders? De werkgevers? De overheid? Gaat het om ‘succes’ of om andere dingen, zoals geluk?

    Einstein (1879 – 1955) zou het op alle door ons gebruikte succes-indicatoren (uitval, switch, rendement) slecht doen. Hij was als kind traag van begrip en leerde pas praten toen hij drie jaar oud was. Zijn ouders dachten dat hij achterlijk was. Op school weigerde hij om dingen uit zijn hoofd te leren, er ging van alles langs hem heen, hij was vaak alleen.

    Later, aan de universiteit, vonden hoogleraren hem een tobber, ongeschikt voor de wetenschap. Hij zakte aanvankelijk, wegens een gebrekkige voorbereiding, voor het toelatingsexamen van de ‘Technische Hochschule’, moest toen alsnog een middelbare school doorlopen, kwam daarna terug en haalde het kandidaatsexamen ternauwernood. Een dissertatie werd afgewezen. Uiteindelijk was hij toch een redelijk ‘succesvol’ wetenschapper om het eufemistisch uit te drukken.

    Het woord succes is ontleend aan het Franse succès (‘overwinning’). Het woord gaat terug op het Latijnse successus (vooruitgang, opeenvolging, goede uitkomst), afgeleid van ‘sub’ en ‘cēdere’ (‘gaan’). Een mooie definitie van succes zou dus kunnen zijn: iets ondergaan met een goede (niet: snelle) uitkomst.

    Het gaat dus niet om tempo maar om wat wenselijk is! Een grootschalig onderzoek onder duizenden Amerikaanse alumni van tientalen colleges en universities naar de vraag ‘What matters in college?’ leverde maar één factor op van generieke betekenis: de mate van interactie tussen student en staf. Precies deze factor had over de gehele linie significante positieve correlaties maar ‘every academic attainment outcome’: cijfers, cum laudes, het niveau van vervolgonderwijs, en: rendement.

    Waarschijnlijk heb jij net als ik talrijke maatregelen genomen om het ‘studiesucces’ te vergroten: betere voorlichting & oriëntatie, matching, intensievere studentbegeleiding, professionalisering van docenten, investeren in het curriculum en de organisatie enzovoorts. De effectiviteit van al deze maatregelen is moeilijk zichtbaar en aantoonbaar.

    Zijn onze hogescholen ondertussen nog wel een plek waar veel ‘vrije tijd’ (dat betekent ‘school’ oorspronkelijk) is om te onderwijzen en iets te leren, waarbij niet alles op voorhand is op- en ingevuld en waar we terughoudend zijn in onze oordelen? De school waar we het ‘Volle Leven ervaren en onderzoeken’ zoals Ligthart dit noemde.

    Ik denk steeds vaker dat ons bestuurlijke praten over ‘studiesucces’ veel druk legt op studenten. De culturele trend is toch al een beetje die van het consumentisme: ‘de wereld draait om jou’, om jouw keuzes en verlangens, met het recht om je altijd goed te voelen. Zo heb je succes. Daarom willen we telkens wat nieuws.

    Enerzijds vertaalt zich dat in een zekere gemakzucht of traagheid onder studenten, of juist rusteloze activiteit. Anderzijds tot het gevoel van ‘ik heb of ik ben niet genoeg’. En daar ben je dan ook nog zelf verantwoordelijk voor. Als jij (net) niet zo goed bent als die ‘excellente’ collega-student (overigens vooral in het cognitieve), dan schaam je je of je hebt het gevoel dat je faalt. En als het niet lukt, als je op grenzen stuit, fouten maakt, tegenslag ervaart? Ook dan ben je zelf verantwoordelijk, in het licht van het ‘culturele gebod tot zelfsturing’ (prof. Christien Brinkgreve). Dat is het klimaat. Ik las dat 60 % van de scholieren een of meer keren per week stress ervaart (waarvan 23 % het gezin als oorzaak noemt). En van de berichten van onze studentpsychologen schrik ik ook wel eens.

    Het doet me denken aan Theo Thijssen: ‘M’n heerlijke, lieve, lastige stel, ik weet eigenlijk maar één ding: het jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens hoor, al zal ik dat jullie nooit zeggen.’ Natuurlijk, een beetje nostalgisch, maar het bevat een dimensie die we soms wel eens kwijt zijn, denk ik.

    Jet, hoe kijk jij hier nu tegenaan? En wat betekent het voor leiderschap? Je vroeg me aan het slot van jouw laatste brief aan wat voor soort leiders ik mij graag spiegel. Nu, in mijn geval zijn het denk ik vooral mensen die de bedoeling van dat waaraan ze leiding geven leidend maken, voor zichzelf en voor alle betrokkenen, en in wier werk je dimensies proeft die de systeemwereld verre te boven gaan. Zo iemand was Harnoncourt in de muziek.