• A
  • A
  • CPB-doorrekeningen treffen ook het ho

    - De herinvoering van de basisbeurs wordt door CDA en CU ondermeer betaald door de rente op de studieleningen te verhogen. Daarnaast wil GroenLinks het collegegeld met een kwart verlagen. De investeringen in fundamenteel onderzoek zijn het hoogst bij D66 met €400 miljoen, blijkt uit de CPB-doorrekeningen.

    Vandaag verschenen de doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s. De investeringen zijn vooral zichtbaar bij fundamenteel onderzoek, wel wordt er bezuinigd op de lumpsum van het hoger onderwijs.

    De VVD investeert €300 miljoen in lerarenopleidingen, prestatiebeloning van leraren en in de Onderwijscoöperatie en zoals al eerder bekend bezuinigt de VVD €100 miljoen op de kunstopleidingen om op die manier de instroom te halveren. De VVD buigt 0,2 mld euro om op onderwijsbekostiging, met als doel het afromen van de stijging van de productiviteitin onderwijs en onderzoek. De structurele ombuiging is 0,3 mld euro.

    Kleine opleidingen

    Het CDA investeert 200 miljoen in fundamenteel onderzoek en gaat de basisbeurs weer voor de bachelor invoeren. Dit kost €800 miljoen structureel, maar de aanvullende beurs wordt dan wel verlaagd. De versoepelde terugbetalingsregeling die is afgesproken onder het leenstelsel wordt teruggedraaid. Ook wordt er €200 miljoen bezuinigd op de lumpsum van het hoger onderwijs met als doel het opheffen van kleine opleidingen. Ook gaat de rente stijgen van de studieleningen dit moet 0,2 miljard opleveren.

    GroenLinks verlaagt het collegegeld met een kwart, dit is een investering van €400 miljoen. GroenLinks intensiveert 0,2 mld euro in hoger onderwijs, met als doelpublieke bekostiging van de tweede bachelor en master (en stapelen) en het bevorderen van doorstroming (schakelklassen, begeleiding en voorlichting). Daarnaast investeert GroenLinks €100 miljoen in fundamenteel onderzoek.

    De PvdA investeert €2,6 miljard in onderwijs tot 2021. Dit geld gaat ondermeer naar het verhogen van de slarissen voor leraren. Voor het hoger onderwijs verlaagt de PvdA het collegegeld voor een tweede studie. Dit is een investering van €200 miljoen. Daarnaast investeert de PvdA €200 miljoen in fundamenteel onderzoek. 

    Verlagen van overhead

    De SP trekt €200 miljoen uit voor fundamenteel onderzoek. De basisbeurs voor de bachelor en master wordt weer ingevoerd wat een investering met zich meebrengt van €900 miljoen. Daarnaast wordt de aanvullende beurs met €200 miljoen verhoogd. Daar staat tegenover dat er €300 miljoen van de lumpsum van het hoger onderwijs wordt gehaald, met als doel het verlagen van de overheadkosten. 

    D66 trekt €400 miljoen uit voor fundamenteel onderzoek. Ook wordt de ov-kaart uitgebreid naar zeven dagen dit is een investering van €200 miljoen. D66 verlaagt ook het instellingscollegegeld voor de tweede studie dit kost ook €200 miljoen.

    OV-kaart versoberd

    ChristenUnie die investeert 300 miljoen in toegepast onderzoek. De CU introduceert weer de basisbeurs voor bachelor en master dit is een investering van 900 miljoen structureel. Ook wordt de OV-kaart versoberd tot de minimale studieduur en studenten in het buitenland hebben geen recht op de ov-kaart. Ook wordt de rente op studieleningen verhoogd door de 5 jaars obligatierente te verhogen van de 15 jaars obligatierente. Ook de CU bezuinigt de €100 miljoen op de kunstopleidingen om de instroom van studenten op die manier te halveren.

    De SGP investeert €200 miljoen in de lumpsum hoger onderwijs. DENK voert een inkomensafhankelijke basisbeurs in waarbij alleen kinderen van ouders met een verzamelinkomen van minder dan €75.000 recht hebben op een beurs. Dit betekent een investering van €800 miljoen. 

    VNL trekt €500 miljoen uit voor wetenschap, maar tegelijkertijd verlagen zij  de lumpsum van het hoger onderwijs met 1,2 miljard. Daarnaast wordt er nog €700 miljoen op alle onderwijssectoren en ook op wetenschap. Bovendien wordt er structureel €1 miljard bezuinigd op de studiefinanciering.