• A
  • A
  • 'Een kratje bier per jaar'

    - Het is een beproefde tactiek van ministers, bezuinigen onder het mom van investeringen. Maar worden die middelen eigenlijk wel op de beloofde manier besteed, en hoe kom je daar achter. Vaste columnist Lisa Westerveld spreekt over haar ervaringen met oud-minister Plasterk.

    Kort nadat ik voorzitter werd van de Landelijke Studentenvakbond, hoorden we van het plan van toenmalig onderwijsminister Plasterk om ruim een miljard extra te investeren in leraren. Samen met mijn huidige werkgever, de Algemene Onderwijsbond, werd gewerkt aan het Convenant Leerkracht. De Commissie Rinnooy Kan had in een rapport geconstateerd dat een miljard aan investeringen nodig was om het beroep van leraar aantrekkelijk te houden.

    Natuurlijk was investeren in salarissen van leraren en betere scholingsmogelijkheden voor docenten een nobel streven waar we als studenten alleen maar achter konden staan. Er bleek echter een flinke adder onder het gras te zitten. Minister Plasterk deed de toezegging dit te regelen, waarna premier Balkenende hem in de kou liet staan. Het geld moest dus uit de onderwijsbegroting zélf worden gehaald.

    Voldoende reden om ons diep ongerust te maken. De geschiedenis had immers al laten zien dat studenten de pineut zijn zodra er ergens in het onderwijs bezuinigd moet worden.

    Terug naar het Convenant Leerkracht: omdat ambtenaren op het ministerie de lippen stijf op elkaar hielden en Kamerleden ook geen flauw benul hadden van het financiële plaatje achter de plannen, werd het voor ons tijd om  tot actie over te gaan. Alleen… de actievoerders onder ons zullen weten dat je geen studenten de straat op krijgt met het verhaal ‘we denken dat er bezuinigd gaat worden, maar weten het niet zeker’. Behalve dat niet duidelijk was waar en hoeveel er gekort ging worden, zou het geld ook nog eens aan een goed doel worden besteed.

    Dat was een dilemma.

    Maar we zouden geen studenten zijn als we hier geen creatieve oplossing voor hadden. En dus gingen we met pakweg 60 studenten naar Den Haag. Niet met het doel om eens flink te protesteren, maar juist om minister Platzak een steuntje in de rug te geven door middel van een sponsorloop. Veel hebben de rondjes die studenten en Kamerleden rond de Hofvijver en de Tweede Kamer liepen niet opgeleverd[1], maar we gaven wel een duidelijke boodschap af: ‘Wij studenten, willen best een handje helpen, maar haal niet het hele bedrag bij ons vandaan.’

    Kennelijk hielp het: toen enkele weken later het Actieplan Leerkracht bekend werd, zou ‘slechts’ 100 miljoen bij de studenten vandaan komen door een collegegeldverhoging van 22 euro. ‘Een kratje bier per jaar’, aldus Plasterk. Die er tegen de pers natuurlijk niet bij vertelde dat dit kratje jaarlijks met een extra kratje verhoogd zou worden. Overigens zijn kratten bier veel goedkoper, maar dat terzijde. Slim gespeeld, want de minister wist ook wel dat we met een verhoging van 22 euro per jaar geen duizenden studenten naar het Malieveld zouden krijgen.

    Dat het geld goed zou worden besteed, zorgde bij ons voor iets van berusting. Helaas bleek het anders uit te pakken: het demissionaire kabinet-Balkenende IV voerde een nullijn in voor het onderwijs. En ondanks dat het Centraal Planbureau (CPB) ervoor waarschuwde dat dit slecht zou uitpakken voor de wervingskracht van onderwijs- en overheidspersoneel, besloot het kabinet-Rutte I in 2010 deze nullijn door te zetten. Het is immers een makkelijke maatregel om tijdelijk een bak met geld te besparen.

    Maar het zorgt ook voor wantrouwen richting politiek Den Haag. En terecht.

    Iets soortgelijks zagen we met de beloofde 3000 banen voor jonge leraren, waarvoor in het Onderwijsakkoord 150 miljoen was uitgetrokken. ‘Ik kan geen bonnetjes overleggen’, zei staatssecretaris Dekker toen bleek dat de beloofde banen er niet waren en hem werd waar dat geld terecht was gekomen. Bij de Algemene Onderwijsbond weten we het wel: het geld stroomt weg door meer werkloosheid, snellere doorstroom, of leerlingen die op papier minder achterstand hebben.

    Goed, weer terug naar de verdwenen miljoenen, die naar mijn idee een schoolvoorbeeld zijn van onbetrouwbaar bestuur. Dat het miljard nooit is geïnvesteerd, heeft te maken met zwalkend kabinetsbeleid en een overheid die geen duurzame keuzes durft te maken. Studenten hebben met hun 100 miljoen euro aan extra collegegeld uiteindelijk meebetaald aan het spekken van de staatskas, niet aan meer salaris voor betere leraren. En daarom is die huidige actie voor collegegeldverlaging een uitstekend en terecht plan van de studenten.

    De vraag is ook hoe we gaan voorkomen dat dit soort zaken nog een keer gebeurt. Het antwoord ligt voor de hand. Een belofte om te investeren, moet ook een volgende regering gestand doen. Zeker als daar binnen de sector ook voor bezuinigd is. OCW moet daarnaast duidelijkere afspraken maken met de instellingen: geld dat voor een bepaald doel is bestemd, moet daaraan uitgegeven worden. En geef studenten en medewerkers in de medezeggenschap meer gereedschap om te controleren of het daadwerkelijk gebeurt.

    Alleen zo voorkomen we loze beloften van bewindspersonen in de toekomst. Daarnaast blijft investeren in onderwijs natuurlijk de beste oplossing. Dan kunnen studenten en medewerkers de komende jaren hun aandacht richten op het volgen en geven van het beste onderwijs.



    [1] De € 261 euro die het opleverde is overigens ook niet naar betere salarissen gegaan. We hebben het contant aan een ambtenaar gegeven. Omdat het ministerie geen raad wist met het geld, en ze geen post hadden waar ze het onder konden zetten, is na een flinke tijd vergaderen besloten het over te maken aan een goed onderwijsdoel. Met onze instemming.