• A
  • A
  • Wetenschapsquiz aan de makkelijke kant

    Archimedes neemt een bad

    Archimedes neemt een bad

    - Er is sinds de tijden van Wim T. Schippers een hoop veranderd aan De Nationale WetenschapsQuiz maar de show lijkt zichzelf nu echt gevestigd te hebben in een goed format. Wel waren de vragen ietwat aan de makkelijke kant. Wat viel er naast het ontbreken van de champagnevraag nog meer op aan de editie van 2016?

    Het is voor velen een jaarlijkse traditie om ver van tevoren de Nationale WetenschapsQuiz (NWQ) te maken en rond de kerstboom gespannen uit te kijken naar de antwoorden. Deze werden in de uitzending op eerste kerstdag bekend gemaakt. De quiz werd dit jaar opvallend veel beter gemaakt dan in voorgaande jaren: 42 van de inzendingen hadden álle vragen goed.

    Waar de quiz het in het verleden nog vooral moest hebben van excentrieke presentatie van Wim T. Schippers is het programma sindsdien veel veranderd. “Ik denk dat de quiz inmiddels de juiste vorm heeft weten te vinden.” Zegt wetenschapscommunicator Alex Verkade die wijst op de variëteit aan vormen, zoals korte rondes en mini-colleges, die het programma heeft geadopteerd. “Ik denk ook dat de geekyness en quirkyness van Ionica Smeets en Pieter Hulst het programma onderscheidend maken.”

    Van bèta naar alfa

    Waar de NWQ voorheen nog sterk hing op een bèta-profiel zijn de vragen de afgelopen jaren meer divers geworden. Dat is een lastige opgave volgens Verkade: “Veel natuurkundige vragen laten zich bijzonder goed lenen om in beeld te brengen als experiment, dat is lastiger voor de vakgebieden uit de alfa-hoek.” Toch zijn vakken als geschiedenis en sociologie bezig met een opmars. Zo was er in 2014 de opvallende vraag over het Nederlandse aandeel in de internationale slavenhandel en waren er dit jaar vragen over de invloed van immigratie op naamvallen, en over de karakteristieke bevolkingsopbouw van China.

    Een ander populair vakgebied, goed voor vijf van de twintig vragen, is de zeer populaire neurowetenschap. Dit onderwerp staat dicht bij de verbeelding en de meeste vragen onder dit kopje richtten zich dan ook op de perceptie van geluid, beeld en temperatuur (rode peper). Handig, want ook deze vragen lenen zich goed voor een (publieks)experiment.

    Minder vaste nummertjes

    Voor de kenner van de NWQ staat bij voorbaat al vast dat een setje traditionele vragen, in de een of andere vorm, de revue zullen passeren. Zo geeft de gebruikelijke vraag over de Wet van Archimedes soms wel, en soms geen aanleiding tot een overstroming in de studio en is er altijd wel een vraag over weerstand. Deze vraag, in de vorm van een sportvraag, was dit jaar de best gemaakte vraag.

    De lastigste vraag was die over de vermeende levensvatbaarheid van de exoplaneet Proxima Centauri B. “Als ik eerlijk ben vond ik die vraag ook niet zo goed gesteld. Mensen die elk jaar meedoen weten dat het antwoord vaak in de subtiele formuleringen in de vraag zelf zit, en dat was hier niet zo goed gegaan.” zegt Verkade. Ook in de studio leverde deze vraag rumoer op.

    Dat de quiz bovenop de actualiteit zat met de vraag mocht duidelijk zij. De planeet Proxima B, die op vier lichtjaar afstand van de aarde staat, werd op 24 augustus van dit jaar ontdekt door de Europese Zuidelijke Sterrenwacht in Chili, de megatelescoop waar ook Nederland aan meebetaalde. Oplettende kijkers hadden uit het nieuwsbericht dus nog het goede antwoord kunnen onthouden.

    Al met al lijkt de wetenschapsquiz met deze nieuwe vorm nu definitief zijn draai gevonden te hebben. Helaas ging dat dit jaar ten koste van de traditionele champagnevraag en de kansvraag, maar wie weet biedt 2017 op dit vlak soelaas. De quiz mag volgens Verkade volgend jaar wel iets lastiger: “Op die manier kan de quiz beter onderscheid maken tussen de niveaus van deelnemers.”

    Sicco de Knecht