• A
  • A
  • Techniek zonder hindermacht

    (foto: Inholland)

    (foto: Inholland)

    - Er zijn veel te weinig leraren bètatechniek. Daarom komt het Techniekpact met een alternatief voor de vorming van docenten. “Zijinstroom wordt de hoofdstroom van het vak,” zegt Doekle Terpstra.

    Het plan dat Terpstra en collega’s uit bedrijfsleven en onderwijs vandaag presenteren, wordt nog dit jaar concreet doorgevoerd door een try-out in Brabant. Bedrijven en Fontys Hogeschool zijn bereid hier snel werk van te maken. “Dat betekent dat zij voor 31 december dit gaan uitrollen en de eerste Field Labs hiervoor van start gaan,” zegt hij.

    Maatwerk per aankomende leraar

    Kernpunt in de opzet is een kanteling van het perspectief op het vak van docent. De bèta- en techniekleraar wordt hierin opgeleid door combinaties waarin de scholen voor VO en ROC’s als vragende partijen samen met bedrijven in de regio en de HBO-opleidingen voor docent en voor techniekprofessionals die leraar opleiden. Samen bepalen zij met welke modules van onderwijs de aspirant docent aan de slag kan in een maatwerktraject van werk en leren. Afhankelijk van die modules en hun eindniveau kan die student een Ad, bachelor of masterdiploma verzamelen, steeds afgestemd met de betrokken scholen en bedrijven. Het is dus maatwerk per aankomende leraar.

    “Wat nu nog een uitzondering is, gaan we de belangrijkste route maken. Dat is het idee. Zijinstroom wordt hoofdstroom. Daarmee kiezen we bewust niet voor een kwantitatieve benadering, maar voor een kwalitatieve. De urgentie van het tekort aan leraren is een feit, maar je lost dat niet op door er weer een kwantitatieve maatregel tegenaan te gooien.”

    Volgens Terpstra moet de route naar veel meer docenten gezocht worden in de aanmoediging van dubbele loopbanen. Mensen met talent voor technische vakken zouden al in hun opleiding kansen moeten krijgen om tevens een loopbaanperspectief in de meer educatieve richting te ontwikkelen. Zo kan men meteen ook mensen in bedrijven vanuit de beroepspraktijk meer kansen op rollen in het onderwijs gaan bieden. “We redeneren vanuit de bevlogenheid van het leraarschap. Als we die weten te wekken en daarmee mensen kunnen trekken, kun je met deze opzet verder.”

    Voordelen in 'dual career'

    Voor zulke dubbele loopbanen met regelmatige baanwisseling tussen school, bedrijf, onderzoek en vormingstaken bestaan nu weinig mogelijkheden. “We zien vooral veel hindermacht. We zijn er heel goed in dingen al aan de voorkant te compliceren. Met de pilot in Brabant gaan we daarom meteen concreet aan de slag. De hindermacht van de belemmeringen komen we dan vanzelf tegen en die ruimen we dan op.”

    Een ‘dual career’ heeft volgens Terpstra vele voordelen. De betrokken technicus kan zich in onderwijsactiviteiten verder ontwikkelen, maar anders dan nu sluit dit geen deuren voor een verdere loopbaan in het bedrijf of andere technische omgevingen. “Je krijgt eigenlijk twee diploma’s: zowel voor je bètatechnische vak als voor het leraarschap. Je kans op de arbeidsmarkt en in veel van de hybride functies in moderne bedrijven wordt groter in plaats van beperkt. Er gaan meer deuren op, terwijl kiezen voor onderwijs geven nu betekent dat je deuren sluit.”

    Voor de scholen is het pluspunt dubbel. Men krijgt een volwaardige docent met kennis van een technische discipline en die docent blijft contact houden en input leveren in bijvoorbeeld de curricula, ook als hij een tijd weer terug is in de bedrijfsomgeving. “Je krijgt veel meer tweerichtingsverkeer en dat is precies wat kwalitatief nodig is.”

    Een hefboom naar meer

    Terpstra ziet in deze opzet “een hefboom naar meer. We beginnen nu concreet, op kleinere schaal, maar zodra dit gaat lopen kunnen we het model in Brabant elders laten doorgroeien. We zullen wel zien waar dit uitkomt.” Als oud-HBO-voorman en trekker van het Zorgpact wijst Terpstra er maar wel vast op, dat ook buiten de techniek zowel forse tekorten als grote behoeften bestaan aan een kwalitatieve impuls voor het vak van docent en de loopbanen van onderwijsmensen.

    Financieel is de opzet ook aantrekkelijk. Er zijn namelijk geen extra kosten aan verbonden. De betrokken opleidingen bestaan al en de vier hogescholen die deze aanbieden hebben eerder moeite om dit aanbod overeind te houden. “Je hebt een kwartiermaker nodig, dat is alles, denk ik,” zegt Terpstra. “We doen dit via de route van de bevlogenheid en voorbij het debatteren over systemen en hindermacht van bezwaren of regelkwesties.”