• A
  • A
  • Reactorprof wordt collegevoorzitter

    (foto: Salim Virji)

    (foto: Salim Virji)

    - Delft benoemt een hoogleraar en decaan tot collegevoorzitter. Tim van der Hagen is nu decaan en lid van de AWTI. Hij was directeur van het Reactor Instituut en staat bekend als een ‘energiekenner’, onder meer als lid van het Topteam Energie.

    De TU Delft maakt bekend dat prof.dr.ir. Tim van der Hagen de nieuwe Voorzitter College van Bestuur wordt 1 mei 2016. Nu nog bekleedt hij de functie van decaan van de faculteit Technische Natuurwetenschappen. RvT-voorzitter Jeroen van der Veer onderstreept dat zijn raad een kandidaat zocht die in staat is de positie van de TU Delft als internationaal vooraanstaande technische universiteit verder te versterken.

    En daarom is hij “zeer verheugd dat professor Van der Hagen bereid is de positie van Collegevoorzitter TU Delft te willen vervullen. Als internationaal georiënteerde wetenschapper en daadkrachtige bestuurder kan hij rekenen op een breed draagvlak en geniet hij groot vertrouwen. Hij heeft brede bestuurlijke ervaring zowel binnen als buiten de universiteit.”

    Tim van der Hagen is een Delftenaar pur sang.  Hij promoveerde er en bleef daarna verbonden aan het Reactor Instituut Delft, waar hij tussen 2005 en 2012 directeur van was. In 1999 werd hij benoemd tot hoogleraar Reactorfysica. Sinds 2010 is hij decaan van de faculteit Technische Natuurwetenschappen. Hij was lid van de Algemene Energieraad en het Topteam Energie en is momenteel lid van de Raad van Toezicht van het Energieonderzoek Centrum Nederland en de Adviesraad voor Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI). Daarnaast vervult hij de rol van voorzitter van de Raad van Toezicht van Holland PTC, het behandelings- en onderzoekscentrum voor protonentherapie. 

    Nederland niet klein

    Van der Hagen is op het terrein van het energiebeleid een actief denker en analyticus. In 2006 publiceerde hij met een reeks collega-hoogleraren op ScienceGuide een voorstel voor de kabinetsformatie, om aan te moedigen dat er een minister voor Energie zou worden beneoemd. Hij en zijn geestverwanten schreven toen onder meer: "Klimaatverandering is een probleem dat alleen wereldwijd kan worden opgelost. Wij zijn van mening dat Nederland verantwoordelijkheid moet en kan nemen om én de ontwikkeling van betaalbare, duurzame energietechnologie te versnellen én deze technologie in eigen land toe te passen."

    "Nederland is op dit gebied overigens absoluut niet klein. We hebben topkennis en energiebedrijven van wereldklasse in huis. Een stevig energiebeleid is niet alleen politiek en moreel een must, het geeft ook uitzicht op grote economische kansen. Wij, hoogleraren, werken hard aan nieuwe oplossingen, of dat nu windmolens, zonnepanelen, kerncentrales, waterstofauto's, fusiecentrales, nieuwe batterijen of biobrandstoffen zijn. Vanuit onze dagelijkse praktijk, weten we dat de ontwikkeling van duurzame alternatieven nog altijd veel te langzaam gaat."

    "We hebben daarom het Nederlands Onderzoeksplatform voor Duurzame Energievoorziening (NODE) opgericht. Gezamenlijk zijn wij beter in staat om de grenzen van technologie en kennis te verleggen. Met bedrijven kunnen wij de nieuwste inzichten vertalen in een duurzame energievoorziening, waarbij maatschappij, milieu en economische groei samengaan. Maar hiervoor is ook vanuit de politiek een eenduidige visie en coherente aanpak essentieel. Wij vinden het daarom een gemiste kans als er geen Minister van Energie komt in het komende kabinet."