• A
  • A
  • Opheldering over overhead HO

    (foto: Sebastiaan ter Burg)

    (foto: Sebastiaan ter Burg)

    - Het kabinet baseert zich voor zijn uitspraken over de ernstige omvang van de overhead en bureaucratie in het onderwijs, die inzet van geld voor het primair proces zou afremmen, op “de meest actuele gegevens.” Deze blijken echter 11 jaar oud, zo erkent premier Rutte. Alle reden om in het kader van 'Veerman' een sprong vooruit te maken en daar is nu ook ineens ruimte voor, lijkt het.

    In de discussie over de langstudeerboete, efficiency en bezuinigingen op het hoger onderwijs zijn verschillende argumenten de revue al gepasseerd. Premier Rutte gaf bijvoorbeeld aan dat de overhead in het onderwijs zo hoog was dat daar best op bespaard kon worden door een grotere efficiency. Want 40 procent uitgaven aan 'leemlagen' en bureaucratie, dat was toch al te bont.

    40 procent, inclusief SF

    De rekensom van premier Rutte riep nogal wat vragen op. Immers een recent onderzoek van bureau Berenschot laat zien dat in HBO en WO sprake is van zo'n 25 á 26 procent uitgaven voor overhead in bestuurlijke en administratieve zin. PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing vroeg de premier en OCW om opheldering over de validiteit van de aangehaalde gegevens en de mogelijke consequenties voor de bezuinigingen.

    Is OCW bereid om voor eens en altijd duidelijkheid te verschaffen?
    Tanja Jadnanansing

    Het antwoord van Rutte en Zijlstra bevat de erkenning dat hun inschatting gebaseerd is op een wel zeer ruime interpretatie van het begrip overhead. "Het percentage van 40% betreft de totale uitgaven aan zogenaamde secundaire onderwijsprocessen ten behoeve van het gehele hoger onderwijs. Hierin zijn naast de uitgaven aan administratief en ondersteunend personeel, o.a. ook de Rijksuitgaven aan studiefinanciering en de ov-kaart opgenomen."

    Premier Rutte meldt in zijn beantwoording van de Kamervragen dat hij gebruik maakt van de meest actuele data op dit terrein. Dit blijkt een onderzoek van het IOO te zijn. "Het kabinet baseert zich op de meest actuele gegevens. De meest recente meting van uitgaven aan secundaire onderwijsprocessen is gebaseerd op cijfers uit 2000." Nog net niet uit de vorige eeuw dus.

    De rekensom van Berenschot bevat volgens de bewindslieden in hun antwoord daarentegen wel een meer toegespitste definitie van de overhead in het HO. "Dit percentage betreft de omvang van de overhead bij onderwijsinstellingen. Onder overhead wordt verstaan het College van Bestuur en lijnmanagement, personeel en organisatie, financiën en control, informatisering en automatisering, marketing en communicatie, facilitaire zaken, juridische zaken en secretariaten." Rutte en Zijlstra achten een vergelijking van hun berekeningen met die van Berenschot daarom "een misverstand".

    Kamer wil opheldering

    In de Kamer vinden velen de zo gestichte verwarring en veronderstellingen weinig inzichtelijk en productief voor de discussie. Jadnanansing vraagt OCW daarom -onder verwijzing naar het betreffende artikel op ScienceGuide- om actualisering en verheldering van wat, wanneer en waarom 'overhead' moet heten in het HO. Dat is ook wezenlijk voor de uitvoering van het rapport-Veerman en de mogelijkheden om bij profilering te komen tot extra investeringen door minder overheadkosten.

    Het PvdA-Kamerlid vraagt derhalve onder meer: "Deelt u de mening dat, mede op basis van beantwoording op eerdere kamervragen, geconcludeerd kan worden dat o.a. de onderbouwing en berekening van overhead, zoals genoemd door het kabinet, onduidelijk en verouderd is ten opzichte van andere onderzoeksresultaten op dit terrein?" En is OCW "bereid om hier voor eens en altijd duidelijkheid in te verschaffen door hier een solide opgezet en op de actuele situatie gericht onderzoek naar te laten doen, bijvoorbeeld via de Algemene Rekenkamer?"

    Verrassend snelle wending aanstaande?

    In het Haagse is te horen, dat de verwarring weggenomen kan worden -ook aan de kant van de bewindslieden- door bij de uitvoering van het rapport-Veerman een soort 'nulmeting' van de actuele situatie te laten doen en tot afspraken te komen met HBO en WO over welke kostenposten als 'overhead' en niet direct verbonden met het primair proces en zijn realisatie kunnen worden gerekend. Dit zou al in het wetgevingsovereg over 'Veerman' op 21 maart als oplossingsrichting gekozen kunnen worden. Zowel OCW als de instellingen kunnen dan ontsnappen aan een vruchteloze definitiestrijd en gedurig wederzijds wantrouwen, zo is te horen.

    Onder financiële druk is de hoeveelheid vet al enorm teruggedrongen
    Mark Huijben

    Pikant is in dit verband ook het betoog van OECD-topman Dirk van Damme. Hij gaf bij het 25-jaar jubileum van HO-denktank CHEPS een stevige analyse van de voorbije jaren en de actuele state of the art van het HO in ons land en Europa. Daarin gispt hij de interne bureaucratisering binnen instellingen en roept op tot een zelfkritischerhouding en actie. "An organisation which main functions are knowledge production, innovation and creativity - therefore should have flexibility as its main institutional characteristic - is very vulnerable for bureaucratic overload. It is not exaggerated to say that universities seem to have inherited the old vices of bygone state bureaucracies."

    "Internal management systems in higher education institutions often are more of the kind of traditional command and control systems than of modern professional self-regulation. University leaders easily criticize academic self-governance, and often rightly so, but they tend to replace collegial academic self-governance with administrative command and control, not with professional models of regulation based on responsibility and trust." Alle reden dus voor zowel OCW als de HO-instellingen zelf om hier in het kader van 'Veerman' flinke stappen vooruit te zetten.

    "Aandeel overhead bijzonder laag"

    In de beantwoording door de premier op de eerdere vragen werd nog niet verwezen naar de meest recente analyses op dit terrein. En die zouden wel eens erg behulpzaam kunnen zijn voor een doeltreffend vervolg. Zo heeft Mark Huijben van de RUG zeer onlangs in een proefschrift vergelijkingen gemaakt tussen de mate van overhead tussen verschillende grote maatschappelijke domeinen, waaronder het onderwijs en de Haagse ministeries.

    De bedrijfsvoering van veel publieke organisaties kan volgens hem worden verbeterd door de overheadfuncties beter in te richten. Dat levert lagere kosten op en een hogere waardering. Hij onderzocht sinds 2001 de overhead bij ruim dertienhonderd organisaties in 27 verschillende sectoren. Huijben stelt vast dat het overheadpercentage bij de ministeries het hoogst scoort: daar is 41,9% van het totaal aantal arbeidsplaatsen gericht op sturing en ondersteuning van de eigen organisatie. Daarna volgen woningcorporaties (34,6%) en gemeenten (33,6%). Sectoren met weinig overhead zijn de zorg (13,2%), het onderwijs (14,4%) en de industrie (13,6%).

    Uit dit onderzoek blijkt dat de onderwijssector in de voorbije 10 jaar aanzienlijk gekort heeft op de kosten van de uitvoering en de administratieve rompslomp. "Daar is het aandeel overhead al bijzonder laag. Onder financiële druk is de hoeveelheid vet al enorm teruggedrongen", onderstreept Huijben. "Dat betekent dat in die sectoren verdere ingrepen nadelige gevolgen zullen hebben voor het primair proces."