In de discussie over de langstudeerboete, efficiency en
bezuinigingen op het hoger onderwijs zijn verschillende argumenten
de revue al gepasseerd. Premier Rutte gaf bijvoorbeeld aan dat de
overhead in het onderwijs zo hoog was dat daar best op bespaard kon
worden door een grotere efficiency. Want 40 procent uitgaven aan
'leemlagen' en bureaucratie, dat was toch al te bont.
40 procent, inclusief SF
De rekensom van premier Rutte riep nogal wat vragen op. Immers
een recent onderzoek van bureau Berenschot laat zien dat in HBO en
WO sprake is van zo'n 25 á 26 procent uitgaven voor overhead in
bestuurlijke en administratieve zin. PvdA-Kamerlid Tanja
Jadnanansing vroeg de premier en OCW om opheldering over de
validiteit van de aangehaalde gegevens en de mogelijke
consequenties voor de bezuinigingen.
“Is OCW bereid om voor eens en altijd duidelijkheid te verschaffen? ”Tanja Jadnanansing
Het antwoord van Rutte en Zijlstra bevat de
erkenning dat hun inschatting gebaseerd is op een wel zeer
ruime interpretatie van het begrip overhead. "Het percentage van
40% betreft de totale uitgaven aan zogenaamde secundaire
onderwijsprocessen ten behoeve van het gehele hoger onderwijs.
Hierin zijn naast de uitgaven aan administratief en ondersteunend
personeel, o.a. ook de Rijksuitgaven aan studiefinanciering en de
ov-kaart opgenomen."
Premier Rutte meldt in zijn beantwoording van de Kamervragen dat hij
gebruik maakt van de meest actuele data op dit terrein. Dit blijkt
een onderzoek van het IOO te zijn. "Het kabinet baseert zich op de
meest actuele gegevens. De meest recente meting van uitgaven aan
secundaire onderwijsprocessen is gebaseerd op cijfers uit 2000."
Nog net niet uit de vorige eeuw dus.
De rekensom van Berenschot bevat volgens de bewindslieden in hun
antwoord daarentegen wel een meer toegespitste definitie van de
overhead in het HO. "Dit percentage betreft de omvang van de
overhead bij onderwijsinstellingen. Onder overhead wordt verstaan
het College van Bestuur en lijnmanagement, personeel en
organisatie, financiën en control, informatisering en
automatisering, marketing en communicatie, facilitaire zaken,
juridische zaken en secretariaten." Rutte en Zijlstra achten een
vergelijking van hun berekeningen met die van Berenschot daarom
"een misverstand".
Kamer wil opheldering
In de Kamer vinden velen de zo gestichte verwarring en
veronderstellingen weinig inzichtelijk en productief voor de
discussie. Jadnanansing vraagt OCW daarom -onder verwijzing naar
het betreffende artikel op ScienceGuide- om actualisering
en verheldering van wat, wanneer en waarom 'overhead' moet heten in
het HO. Dat is ook wezenlijk voor de uitvoering van het
rapport-Veerman en de mogelijkheden om bij profilering te komen tot
extra investeringen door minder overheadkosten.
Het PvdA-Kamerlid vraagt derhalve onder meer: "Deelt u de mening
dat, mede op basis van beantwoording op eerdere kamervragen,
geconcludeerd kan worden dat o.a. de onderbouwing en berekening van
overhead, zoals genoemd door het kabinet, onduidelijk en verouderd
is ten opzichte van andere onderzoeksresultaten op dit terrein?" En
is OCW "bereid om hier voor eens en altijd duidelijkheid in te
verschaffen door hier een solide opgezet en op de actuele situatie
gericht onderzoek naar te laten doen, bijvoorbeeld via de Algemene
Rekenkamer?"
Verrassend snelle wending aanstaande?
In het Haagse is te horen, dat de verwarring weggenomen kan
worden -ook aan de kant van de bewindslieden- door bij de
uitvoering van het rapport-Veerman een soort 'nulmeting' van de
actuele situatie te laten doen en tot afspraken te komen met HBO en
WO over welke kostenposten als 'overhead' en niet direct verbonden
met het primair proces en zijn realisatie kunnen worden gerekend.
Dit zou al in het wetgevingsovereg over 'Veerman' op 21 maart als
oplossingsrichting gekozen kunnen worden. Zowel OCW als de
instellingen kunnen dan ontsnappen aan een vruchteloze
definitiestrijd en gedurig wederzijds wantrouwen, zo is te
horen.
“Onder financiële druk is de hoeveelheid vet al enorm teruggedrongen”Mark Huijben
Pikant is in dit verband ook het betoog van OECD-topman Dirk van Damme. Hij gaf
bij het 25-jaar jubileum van HO-denktank CHEPS een stevige analyse
van de voorbije jaren en de actuele state of the art van
het HO in ons land en Europa. Daarin gispt hij de interne
bureaucratisering binnen instellingen en roept op tot een
zelfkritischerhouding en actie. "An organisation which main
functions are knowledge production, innovation and creativity -
therefore should have flexibility as its main institutional
characteristic - is very vulnerable for bureaucratic overload. It
is not exaggerated to say that universities seem to have inherited
the old vices of bygone state bureaucracies."
"Internal management systems in higher education institutions
often are more of the kind of traditional command and control
systems than of modern professional self-regulation. University
leaders easily criticize academic self-governance, and often
rightly so, but they tend to replace collegial academic
self-governance with administrative command and control, not with
professional models of regulation based on responsibility and
trust." Alle reden dus voor zowel OCW als de HO-instellingen zelf
om hier in het kader van 'Veerman' flinke stappen vooruit te
zetten.
"Aandeel overhead bijzonder laag"
In de beantwoording door de premier op de eerdere vragen werd
nog niet verwezen naar de meest recente analyses op dit terrein. En
die zouden wel eens erg behulpzaam kunnen zijn voor een
doeltreffend vervolg. Zo heeft Mark Huijben van de RUG zeer onlangs in een
proefschrift vergelijkingen gemaakt tussen de mate van overhead
tussen verschillende grote maatschappelijke domeinen, waaronder het
onderwijs en de Haagse ministeries.
De bedrijfsvoering van veel publieke organisaties kan volgens
hem worden verbeterd door de overheadfuncties beter in te richten.
Dat levert lagere kosten op en een hogere waardering. Hij
onderzocht sinds 2001 de overhead bij ruim dertienhonderd
organisaties in 27 verschillende sectoren. Huijben stelt vast dat
het overheadpercentage bij de ministeries het hoogst scoort: daar
is 41,9% van het totaal aantal arbeidsplaatsen gericht op sturing
en ondersteuning van de eigen organisatie. Daarna volgen
woningcorporaties (34,6%) en gemeenten (33,6%). Sectoren met weinig
overhead zijn de zorg (13,2%), het onderwijs (14,4%) en de
industrie (13,6%).
Uit dit onderzoek blijkt dat de onderwijssector in de voorbije
10 jaar aanzienlijk gekort heeft op de kosten van de uitvoering en
de administratieve rompslomp. "Daar is het aandeel overhead al
bijzonder laag. Onder financiële druk is de hoeveelheid vet al
enorm teruggedrongen", onderstreept Huijben. "Dat betekent dat in
die sectoren verdere ingrepen nadelige gevolgen zullen hebben voor
het primair proces."